|

|
Links ziet u het paard in zijn natuurlijke scheefheid op de volte. Daarbij valt het paard op de binnenschouder en heeft het geen lengtebuiging.
Rechts ziet u het paard in lengtebuiging.
Maar: Ondanks zorgvuldige gymnastisering en rechtrichten is het niet mogelijk een in de wervelkolom van de staartwortel tot de nek 100% gelijkmatig gebogen lijn te verkrijgen.
|
Lengtebuiging
|

|
Met lengtebuiging wordt bedoeld de zoveel mogelijk gelijkmatige en doorgaande zijdelingse welving in de wervelkolom van de 1e halswervel (atlas draaier) tot de staartwervels.
|
Doel van de lengtebuiging is het paard recht te richten en het binnenachterbeen tot dragen te brengen, waardoor het paard beter controleerbaar wordt en zich laat verzamelen.
De rijkunst verlangt altijd dat het paard zich in de lengte om het binnenbeen van de ruiter buigt. Door de gelimiteerde ribbenbuiging is dit echter in feite anatomisch niet geheel mogelijk. Hieronder een toelichting waardoor dat komt door de wervelkolom een langs te lopen:
Halswervels
Omdat de 7 halswervels zo beweeglijk zijn kunnen ze alle zijdelingse buigingen uitvoeren.
|

|
Bij alle rechtrichtende buigingsoefeningen is het belangrijk om gelijkmatigheid in de lengtebuiging na te streven en het paard niet te teveel te laten buigen in de hals. |
De ribben en de borstwervels
De ribben zijn beenderen die samen de borstkas of ribbenkast vormen. Ze omvatten de borstholte. De functie van de ribben is het beschermen van de longen, het hart, en andere organen in de borstholte.
|

|
De ribben zitten aan de rugzijde van het lichaam vast aan de wervelkolom.
De eerste acht paar ribben zitten ook vast aan het borstbeen aan de onderzijde (''de ware ribben'').
De overige 10 ribben (''ademribben'') zijn met kraakbeen verbonden met de borstkas.
|
Tussen de ribben zitten spieren, zenuwen en aderen. De ribbenkast is elastisch (door kraakbeen tussen de ribben en de wervelkolom, tussen de ribben en het borstbeen en tussen de ademribben onderling), hierdoor is ademhaling mogelijk: de ribbenkast kan uitzetten en krimpen.
De ribben zijn verbonden met de 18 borstwervels:

De buiging van dit deel van de wervelkolom wordt beperkt door het volgende:
- De eerste acht paar ribben zitten vast aan de eerste acht borstwervels aan de bovenzijde en aan het borstbeen aan de onderzijde. Dit is zo star dat daarin geen zijdelingse beweging mogelijk is.
- Niet veel meer zijbuiging is te verwachten van de overige 10 wervels en 10 ademribben omdat de ribbreedte 4 a 5 cm bedraagt en de tussenribruimte 3 a 4 cm.
- De op de ene zijde tezamengeschoven ribbenpartij wordt op de andere zijde gestrekt. Door de tussenribspieren die gerekt worden aan die kant is een maximale ribbenbuiging van 2 a 3 centimeter uit anatomische gronden mogelijk.
Lendenwervels
De eigenlijke lengtebuiging voltrekt zich in de overgang van de 18 borstwervels naar de 6 lendenwervels (5 bij sommige arabieren en andalusiers). Deze overgang is zeer beweeglijk, door de mogelijkheid van het opwaarts welven en roteren in de wervelkolom in dit bereik vlak achter het zadel.
|

|
Dit gebied is ook zeer beweeglijk omdat het geen verbindingen aan de onderkant heeft (geen ribben). |
Door de rotatie in het bereik van de lendenwervels kan het ook tot ''kruppe herein'' of ''quarter in'' cq ''travers'' komen:
|

|
Daardoor ontstaat de indruk dat het paard om het binnenbeen van de ruiter en in de ribben buigt. |
Kruiswervels
De kruiswervels zijn vergroeit tot het heiligbeen (sacrum). Dit bereik is daardoor niet beweeglijk en vormt geen wezenlijk aandeel in de lengtebuiging, maar is wel belangrijk voor de verzameling:
|

|
- Hier zit de verbinding met de achterbenen via het kruisbeen/darmbeengewricht. De schwung die ontstaat via de achterhand wordt hier overgebracht op de wervelkolom.
- Hier vindt ook het kantelen van het bekken plaats bij het verzamelen.
|
Staartwortel
De ongeveer 20 staartwervels maken deel uit van de staartwortel. Bij een oefening in een linksbuiging hangt de staart naar links en vice versa. De staart verraad of het paard in een juiste lengtebuiging loopt. Als de staart de verkeerde kant ophangt in een bepaalde oefening beweegt het paard niet in een correcte buiging en niet voldoende losgelaten. Het paard zet zich vast in bepaalde delen van het lichaam zodat bv. een S in de wervelkolom ontstaat.
Conclusie
|

|
Door de lengtebuiging komen de binnenschouder en binnenheup nader tot elkaar en de buitenschouder en buitenheup komen verder van elkaar af.
Maar een echte zuivere ribbenbuiging is dus niet realiseerbaar, net zo min als een gelijkmatige lengtebuiging van 1e halswervel tot de staartwortel.
|
Overzicht ribben, borstbeen en wervels

Meer weten?
Veel interessante informatie over de anatomie van het paard en de biomechanica van het paard staan in de volgende twee boeken:
|

|
R. Stodulka ''Medizinische Reitlehre - Trainingsbedingte Probleme verstehen, vermeiden, beheben'' ISBN-13: 9783830441670 / ISBN-10: 3830441673
|
|

|
''Clinical Anatomy of the Horse'' van Hilary M. Clayton, ,Peter F. Flood, Diana S. Rosenstein - ISBN 072343302X ·
|
|