|
Het rechtrichten bestaat uit rechtrichtende buigingsoefeningen, zoals schouderbinnenwaarts, travers en de daarvan afgeleide oefeningen zoals renvers, appuyeren en de pirouette.

Tijdens het rijden van deze oefeningen moet de essentie goed in acht worden genomen:
- Het zwaartepunt moet op de juiste plaats in het lichaam gehouden worden,
- de achterbenen moeten onder dit correcte zwaartepunt treden,
- en de achterhand moet daarbij gewicht opnemen,
- zodat de voorhand onlast kan worden.
Wordt aan de essentie voorbij gegaan, doordat bijvoorbeeld de schouderbinnenwaarts teveel zijwaarts wordt uitgevoerd of dat bij het appuyeren de achterhand teveel leidend is, dan kunnen de achterbenen hun werk niet meer doen (omdat ze niet onder het zwaartepunt kunnen treden), waardoor het paard zijn voorhand gaat belasten.
Dus als de achterhand zijn werk niet doet, merk je dat namelijk meteen aan de voorkant!
Als een zijgang niet correct gereden wordt, uit zich dat meteen in de hoofd-hals-houding:
 |
- Het paard kruipt achter de teugel
- Het paard rolt of krult zich op in de hals
- Het paard gaat als het ware op zijn kop lopen en gaat veel te diep lopen
- Het paard wordt kort in de hals
- De neus komt achter de loodlijn
- De nek is niet meer het hoogste punt
- Het paard voelt heel licht aan doordat het geen verbinding neemt
|
- Het kan ook juist voorkomen dat het paard tegen de hand gaat lopen
- En stug en stijf aan gaat voelen in de mond
- Zijn onderhals aanspant
- Niet meer wil nageven
|

|
Alle storing aan de voorkant, betekent eigenlijk: te weinig gedragenheid in de achterhand.
Een paard dat correct ondertreed en gewicht opneemt met de achterhand, zal nageeflijk aanvoelen, zijn hals op lengte houden, steeds naar de hand van de ruiter toe blijven komen, een berg-opwaartse tendens houden en zijn schouders vrij bewegen.
Wat je ervaart aan de 'voorkant', heeft te maken met de 'achterkant' van het paard.
Heb je dus problemen met de 'voorkant', zoek de oplossing dan niet bij de mond, hoofd of hals van het paard, maar aan zorg voor een beter gebruik van de achterhand.
En verder is het belangrijk:
Rijdt geen namen (van de oefeningen), maar rijdt essenties!
Dus rijdt geen schouderbinnenwaarts, maar maak het binnenachterbeen buigzaam zodat het buitenvoorbeen meer vrijheid krijgt!
Rijdt geen appuyement, maar zorg dat beide achterbenen steeds het gewicht opnemen, zodat het paard bergopwaarts blijft en licht blijft aan de voorkant gedurende de gehele diagonaal!
Kijk dus uit voor het rijden van look-a-likes.
|