|
Gemaakt op 2008-06-01 01:07
|
 |
De halve ophouding kan uit meerdere oogpunten bekeken worden:
- de Steinbrecht ophouding
- de Baucher ophouding
- de Guérinière ophouding
|
| |
De ''Steinbrecht-'' halve ophouding: stijfheid achterhand verhelpen
De ruiterhand herkent de stijfheid van de achterhand, doordat het paard niet nageeft en teveel tegen de hand drukt. Door het bijdrijven van de achterhand wordt de ''push'' verminderd, het ondertreden bevorderd. Daardoor geeft het paard weer na op de sluitende hand (''in de kuikentjes knijpen''). Daarna geeft de hand van de ruiter ook na (''zodat de kuikentjes weer lucht krijgen'').
|
Eerst wordt het achterbeen gevraagd om onder te treden naar het zwaartepunt. Als het paard altijd onmiddelijk nageeft op het sluiten van de ruiterhand is er geen stijfheid in de achterbenen meer. Dan kan het zwaartepunt naar de achterhand toe gebracht worden:
|
De ''Baucher-'' halve ophouding: het zwaartepunt verschuiven naar de achterhand
De ruiter laat de achterbenen eerst ondertreden onder de massa. Daarna wordt het zwaartepunt naar de achterbenen gebracht door halve ophoudingen (''hand without legs''). Hierdoor worden alle hoeken in de achterhand kleiner.
|
|
De ''Guérinière-'' halve ophouding: voor een lange voorwaarst opwaartste halshouding
De ruiter die enkel op kandare rijdt brengt zijn hand omhoog richting de oren van het paard, waarop het paard nageeft in een voorwaarts opwaartse tendens. Daarna geeft de ruiter na door zijn hand weer omlaag te brengen (''descente de main''). Het paard wordt hierdoor aangemoedigd om verantwoordelijkheid te nemen voor zijn houding (zelfhouding).
|
januari 2008 |
|
Laatst aangepast op zondag, 02 oktober 2011 20:20 |