headershadow

Latest Blogposts

Paardrijden

PaardenrijdenAls je paard goed is voorbereid via het grondwerk, longeren en het werk aan de hand, dan kun je beginnen met rijden.

Rijden wordt gedaan met behulp van de kaptoom, teugels, een zadel of een bareback pad. Als het paard vorderingen maakt, kun je ook voor een optoming kiezen van een combinatie van kaptoom en bit.

In het begin zal het paard ondersteund worden door een longeur vanaf de grond. Geleidelijk aan neemt de ruiter de hulpen van de longeur over.

Kudde van hulpen

Paardenrijden

Van nature is het paard gewend om in een kudde te lopen.

  • De leidende merrie loopt voorop en bepaalt de richting van de hele groep.
  • De hengst loopt achterin en bepaalt het tempo.
  • Verder reageert het paard op de paarden die links en rechts van hem lopen.

Heel simplistisch gesteld: het paard blijft altijd achter de merrie, vòòr de hengst, tussen de andere paarden en loopt daarbij vol vertrouwen in het midden van de kudde. Het paard is gewend aan het reageren op anderen, dus daarom laat een paard zich goed berijden en bijvoorbeeld een solitair levend dier als een eland niet.

Bij het rijden moet de ruiter de rol van de omringende paarden overnemen: de leidersrol van de merrie om richting aan te geven, de drijvende rol van de hengst om het tempo te bepalen. De rol van de paarden links- en rechtsvoor neemt de ruiter over via de teugels en de ruiter begeleidt daarmee de schouders van het paard. De paarden links- en rechtsachter zijn de ruiterbenen die de beide achterbenen van het paard begeleiden. Bij het inrijden wordt het paard geleerd om zich als het ware te gedragen in een kudde van zit, been- en teugelhulpen.

Het overnemen van de hulpen van de longeur

De longeur heeft via hulpen vanaf de grond het paard geleerd om overgangen en tempowisselingen te maken. De ruiter gaat deze hulpen overnemen door zit-, been- en teugelhulpen te geven. Een paard leert een nieuwe hulp als volgt:

  1.  Het paard heeft bijvoorbeeld geleerd om voorwaarts te gaan op het omhoog gaan van de zweephand.
  2. De longeur geeft deze bekende hulp en de ruiter geeft dan de nieuwe hulp: de kuitdruk.
  3. Bij consequent volhouden gaat het paard verband leggen tussen beide hulpen en gaat het paard uiteindelijk ook alleen op de kuitdruk, zonder hulp van de longeur, voorwaarts.

In eerste instantie wordt de teugel aan de kaptoom bevestigd om het paard dus niet in de mond te storen bij het aanleren van de teugelhulpen.

Oefeningen

De volgende oefeningen worden achtereenvolgens gedaan, om het paard zelfstandig te kunnen gaan rijden:

1. Op de volte

Paardenrijden Via het been, de teugels en de zit laat de ruiter in samenwerking met de longeur het paard wennen aan drijvende en remmende hulpen van de ruiter.

.

.

.

.

2. Volte vergroten

Paardenrijden Door de volte te vergroten leert het paard de binnenteugel en het binnenbeen van de ruiter begrijpen.

.

.

.

.

3. Volte verkleinen

Paardenrijden

Vervolgens worden de buitenteugel en het buitenbeen begrijpelijk gemaakt door de volte te verkleinen.

.

.

.

.

4. Van hand veranderen

Paardrijden

Laat het paard zich met de buitenhulpen naar een kleinere volte leiden, dan kan het paard gevraagd worden om van hand te veranderen door de volte heen.

.

.

5. Door de hele rijbaan rijden

Paardenrijden

Door de volte veel te vergroten kan het paard door de gehele baan worden gereden. Als het paard dat moeilijk vindt of het niet lang vol kan houden, wordt tussendoor steeds weer een volte gereden.

.

.

 

6. Slangenvolte

Paardenrijden Heel belangrijk is de slangenvolte om het paard buigzaam en gehoorzaam aan de hulpen te maken.

.

7. Zonder longeerlijn

Paardenrijden

De longeur geeft op het laatst geen enkele hulp meer ter ondersteuning, zodat de longe afgenomen kan worden.

De ruiter herhaalt stap 1 t/m 6 waarbij de longeur in eerste instantie mee loopt met de oefeningen en geleidelijk aan afstand gaat nemen.

.

.

8. Rijkunstig opleiden

Wanneer het paard gewend is aan de ruiterhulpen en deze begrijpt, kan met het werkelijk rijkunstig opleiden van het paard begonnen worden.

Zadelmak, Ruitermak, Beleren, Inrijden, Opleiden?

Dat zijn allemaal verschillende dingen.

  • Het zadelmak en ruitermak maken vallen onder de noemer ”gewenning”, net als het wennen om hoeven op te tillen, over een zeil te lopen, een trailer in te gaan, langs auto’s lopen. Zadelmak is een paard dat het zadel vertrouwt en accepteert en ruitermak is een paard dat het gewicht van de ruiter vertrouwt accepteert. Jong geleerd, oud gedaan. Het paard moet nu eenmaal leren om ”menselijke” dingen te doen, dingen die in het leven van een mens voorkomen en wenselijk zijn. Van nature loopt hij graag op de prairi, plant hij zich voort en eet en slaapt hij, dus dat verschilt wezenlijk van een leven met de mens. Gewenning betekent dat hij vertrouwt raakt met al die menselijke fenomenen en er niet meer van schrikt.
  • Bij beleren leert het paard het ruitergewicht te dragen in alle oefeningen die hij aan de hand en aan de longe geleerd heeft. Daarna leert hij de bijbehorende ruiterhulpen: de zit-, been- en teugelhulpen. In eerste instantie helpt de longeur het paard vanaf de grond helpt. De ruiter gaat de diverse stem-, teugel- en zweephulpen van de longeur geleidelijk aan over nemen met zit-, been- en teugelhulpen.
  • Inrijden vindt plaats zodra het paard alle zit-, been-, teugelhulpen kent. Daarbij leert het paard alle basisdressuuroefeningen in stap, draf en galop.
  • Van zadelmak maken tot opleiden. Dat zijn twee verschillende dingen met een hoop fases ertussen. Zadelmak maken is met een goede voorbereiding in een dag gebeurt, het opleiden duurt een leven lang, van het netjes lopen op de volte t/m het vervolmaken van de piaffe en wellicht de hoge school oefeningen.

Onder de rijkunstige opleiding van het paard vallen de volgende oefeningen:

  1. Volte
  2. Schouderbinnenwaarts
  3. Travers
  4. Renvers
  5. Appuyeren
  6. Werkpirouette
  7. Piaffe
  8. Pirouette
  9. Passage
  10. Levade

Paardenrijden Paardenrijden Paardenrijden Paardenrijden

Het aanleren van deze oefeningen gaat als volgt:

Stap 1: Veel oefeningen worden allereerst aan de hand geleerd. Daardoor leert het paard zonder ruitergewicht in deze zijdelingse bewegingsvorm voort te bewegen en balans te vinden.

Stap 2: Later zal het paard onder het ruitergewicht de oefening veel makkelijker aanleren en uitvoeren. In eerste instantie zijn een paar passen voldoende en pas als hij sterker wordt kan een hele lange zijde gevraagd worden.

Step 3. Uiteindelijk kan het paard de oefening uitvoeren onder begeleiding van enkel de ruiter.

Paardenrijden Paardenrijden Paardenrijden

Rechtrichten voor alle disciplines

Omdat alle paarden van nature asymmetrisch ontwikkeld zijn, dienen alle paarden, ongeacht de discipline waarin ze uitgebracht worden, te worden rechtgericht.

Alle paarden dienen zich symmetrisch te ontwikkelen in lijf en ledematen, om de ruiter correct en zonder overbelasting te kunnen dragen.

Het maakt daarbij dus niet uit of je natural horsemanship doet, of springen, dressuur, eventing, of je rijdt met bit of juist zonder, met of juist zonder zadel, met een of twee handen: alle paarden moeten de ruiter correct ondersteunen met de achterbenen om de voorhand te ontlasten.

Paardenrijden Paardenrijden Paardenrijden
Paardenrijden

Ook als je asymmetrisch rijdt – eenhandig, in dameszadel – moet je paard je gelijkmatig met de achterbenen kunnen dragen.

0 reacties op “Paardrijden

Plaats een reactie


*