 |
Behoudt het paard de lengtebuiging op de volte, dan wordt vanuit een volte rechtuit gereden, met behoudt van lengtebuiging. Ook op de rechte lijn moet het paard leren met zijn binnenachterbeen goed te dragen. Dit doen we door het paard licht in schoudervoor te rijden.
|
Kleven aan de wand: scheefheid
Als de ruiter het paard in de hoefslag laat lopen, gaat het paard scheef lopen, omdat de schouders van het paard smaller zijn dan de heupen van het paard.
 |
Het binnenachterbeen treedt dan naast de massa, waardoor het paard met dit been tegen zijn massa gaat stuwen en zo zijn gewicht op het linkervoorbeen duwt.
Als het paard rechtsgebogen is in het geval van het plaatje, wordt de natuurlijke scheefheid daardoor versterkt, met overbelasting van het linkervoorbeen als gevolg.
|
Rechtrichten: voorhand kunstmatig richten t.o.v. de achterhand

|
In het boek ''Des Gymnasium des Pferdes'' van Gustav Steinbrecht (leefde rond +/- 1850) staat al beschreven dat het paard niet met zijn schouder langs het beschot gereden moet worden, maar altijd met stelling en buiging en met de voorhand correct gericht t.o.v. de achterhand.
Het paard wat op de rechte lijn met stelling en buiging gereden wordt, wordt op elke hand uitgenodigd
- met het binnenachterbeen te dragen
- aan de buitenteugel te komen
|
Rechtrichtende buigingsarbeid
Het recht richten door te buigen, de rechtrichtende buigingsarbeid, heeft het grootste gymnastiserende effect op het paard. Het paard moet eerst in de lengte correct leren buigen, en zijn binnenachterbeen goed te plaatsten, om vervolgens dit achterbeen te kunnen gaan buigen door het meer gewicht van de voorhand te laten overnemen.
Via de schoudervoor wordt het paard recht gericht, d.w.z. de voorhand wordt correct voor de achterhand geplaatst.
Schoudervoor bereidt het paard voor op het rijden van schouderbinnenwaarts.
Trainingsopbouw
- Door de hele opleiding heen worden alle oefeningen altijd eerst aangeleerd in een langzame dragende stap .
- Met dat het paard de oefening in stap beheerst, wordt de oefening aangeleerd in draf.
- Ook kan het paard gevraagd worden om de stap wat te verzamelen en wat te verruimen in de oefening.
- Als het paard de oefening in draf beheerst, kan de galop gevraagd worden *.
*1. Het is aan te raden pas te galopperen als het paard travers heeft geleerd, om zo de stuwkracht te beperken en te voorkomen dat het paard zich te sterk kan maken.
*2: Het was een gewoonte van de oude meesters om hun paard eerst in de draf door te werken tot de piaf, voordat ze met het galopperen begonnen. Deze handelswijze is aanbevelenswaardig, maar kost wel veel tijd. Het kost een aantal jaar eer het paard de piaf kan uitvoeren, omdat bij deze oefening het grootste deel van de totale last gedragen wordt door de achterbenen en het paard qua bespiering dit aan moet kunnen. |