|
Longeren is de perfecte voorbereiding op, aanvulling op en ondersteuning van het rijden.
 |
Bij de Spaanse Rijschool wordt een paard zeker 3 a 6 maanden gelongeerd eer met het inrijden wordt begonnen. Het loont zich om veel tijd te besteden aan longeren, voordat met inrijden wordt begonnen. Wie maanden extra de tijd neemt, wint dat aan het eind van de opleiding terug in jaren. Als een ruwe diamant, die eerst geslepen moet worden, wordt het jonge paard eerst aan de longe gegymnastiseerd. In die tijd kan het paard namelijk conditie opbouwen, spieren ontwikkelen en in alle drie de gangen balans vinden.
|
DOEL
Het doel van het longeren is het paard op beide zijdes te gymnastiseren. Het paard wordt gevraagd in de juiste lengtebuiging te lopen, waarbij het zijn binnenachterbeen onder de massa plaatst en door de gestretchte buitenkant van zijn lijf zijn rug loslaat en voorwaarts neerwaarts gaat lopen.

De doelstellingen zijn verder:
Het jonge paard
- Vertrouwd maken met de mens
- Gewennen aan werken, opletten en gehoorzaamheid
- Temperament regelen (jonge paarden kunnen rare bokkesprongen maken)
- Paard sterker maken
- Uithoudingsvermogen ontwikkelen
Het jonge en oudere paard
- Ontspanning van de rugspieren
- Aanspannen van de buikspieren
- Voorwaarts neerwaarts laten lopen
- Juiste lengtebuiging
- Ondertreden van het binnenachterbeen onder het zwaartepunt
De ruiter
- Het paard van de grond af zien bewegen en observeren in al zijn gangen
- Kijken hoe de pet van het paard staat vandaag en toevoegen wat ontbreekt (rust bij een nerveus paard, energie bij een flegmatiek paard e.d.)
- Het paard begeleiden in zijn ’’fitness-training’’
BELANGRIJKE ELEMENTEN
Bij het longeren zijn dus drie elementen heel belangrijk: het voorwaarts neerwaarts gaan, de juiste lengtebuiging en het correct plaatsen van het binnenachterbeen.
Voorwaarts neerwaarts
 |
Als het paard zijn rug los laat, kan het paard zijn hals voorwaart neerwaarts laten zakken.
Een paard moet altijd de hand van de ruiter willen zoeken en op elk moment voorwaarts neerwaarts willen volgen. De ruiter moet als het ware de teugels en de longe naar voren dragen.
|
Lengtebuiging
 |
Als het paard de juiste lengtebuiging heeft, zal het paard de volte kogelrond lopen.
Hoe kleiner de volte, hoe meer buiging bij het paard, hoe groter de volte, hoe minder de buiging.
Het paard moet zelf de buiging geven en in die zelfhouding blijven lopen en moet dus op de binnenlonge nageven, zodat er geen druk op de longe staat.
|
Ondertreden
 |
Als het paard correct gebogen is, komt de binnenheup van het paard naar voren, zodat het binnenbeen onder de massa geplaatst kan worden.
Bij correcte buiging komen de binnenbenen dichter naar elkaar toe en de buitenkant van het paard rekt en strekt zich, de binnenkant spant zich aan.
Door gelijktijdig stelling te vragen en te drijven met de zweep op het moment dat het binnenachterbeen naar voren gezet wordt, wordt de lengtebuiging gestimuleerd. Mocht het paard moeite hebben met buigen, dan wordt de volte kleiner gemaakt en als de lengtebuiging weer akkoord is doordat het paard nageeft aan de longe, wordt de volte weer vergroot..
|
Zelfhouding
|

|
Als al deze elementen in orde zijn, dan loopt het paard in balans en in een correcte en ontspannen zelfhouding. Bijzetteugels zijn daarom niet nodig.
|
DE HULPEN
Kaptoom
|

|
Het jonge paard wordt aan de kaptoom gelongeerd aan een enkele longe. Het paard wordt niet aan het bit gelongeerd, omdat het paard daarmee het hoofd kan gaan kantelen. Ook geeft dit teveel werking in de jonge mond. |
Longe
De inwerking van de hand kan bij aanleuning op de longe door halve ophoudingen plaatsvinden, net zoals bij het rijden. Op die manier kan bv. stelling gevraagd worden.
Door de longe laag te houden wordt het paard uitgenodigd voorwaarts neerwaarts te zakken. Door de longe wat op te richten en met de zweep te wijzen naar de schouder, wordt het paard daarmee wat op de buitenschouder gezet, mocht het paard naar binnen vallen.
De golfbeweging door de longe kan voorwaarts, terugwaarts, opwaarts, neerwaarts of in combinatie gemaakt worden, om zo het paard aanwijzingen te geven.
Zweep
De zweep wordt gebruikt als drijvende hulp. De zweep kan gebruikt worden als energetische aanwijsstok op afstand, dat het paard zijn binnenachterbeen wat meer onder moet plaatsen (wijs naar het achterbeen), of dat het paard zijn ribben meer moet inbuigen (wijs naar de buik) of dat het paard niet op de binnenschouder moet vallen (wijs naar de schouder).
Stem
De stem wordt gebruikt ter beloning (''braaf'') en om het paard te conditioneren op commando's als ''STAP-PEN'', ''DRRRRRRRRAF"" , ""KA-LOP"" en "HA-ALT"". Het is handig om het paard deze commando's alvast te leren, om later de ruiterhulpen makkelijk aan te kunnen leren.
|

|
De combinatie longe hoog, zweep laag, binnenschouder naar het paard toe en een stemcommando (bv. “”Ha-alt’’), zorgt ervoor dat het paard langzamer gaat. |
|

|
De combinatie longe laag, zweep hoog, binnenschouder geopend en een stemcommando (bv. ‘’Stap’’), zorgt ervoor dat het paard versneld.
|
DE OEFENINGEN
|

|
Aan de longe leert het paard de volgende oefeningen:
- Overgangen zoals stap-draf, draf-galop
- Tempowisselingen
- Halt
- Niet progressieve overgangen, zoals halt-draf, galop-stap
- Door de volte (door een S) van hand veranderen
- Longeer regelmatig met het zadel op.
|
Vrije baan of evt. longeercircel
Bij zeer onstuimige paarden is het aan te raden in een longeercircel te werken, maar als het even kan is het longeren in een grote ruimte aan te raden, omdat het paard zo leert op eigen benen te lopen en geen aanleuning aan de wand gaat ontwikkelen.
Filmpjes van een 3-jarig paard
De eerste stappen richting longeren:
Een week later. Het paard loopt al veel constanter en beter op zijn eigen benen:
De eerste aanzet tot draven:
LINKSGEBOGEN PAARD RECHTSOM OP DE GROTE VOLTE

|