 |
Grondwerk bevestigt het leiderschap van de mens maar zorgt er ook voor dat het paard gehoorzaam en gemotiveerd met de ruiter meewerkt.
|
Grondwerk bestaat uit de volgende oefeningen:
1. Leiden en volgen 2. Halt 3. Achterwaarts 4. In stilstand: stelling links en rechts 5. In stilstand: hoofd laag 6. Grondwerk met hindernismateriaal (incl. trailer) 7. Ondertreden van het achterbeen onder de massa op de circel 8. Ondertreden op de rechte lijn
Oefening 1 t/m 6: goede manieren en wijken voor druk
Oefening 1 t/m 6 van het grondwerk wordt gedaan met een grondwerkhalster en een lange lijn van 4,5 meter, met als doel dat het paard op basis van respect en vertrouwen de ‘leider’ onvoorwaardelijk en met ´goede manieren´ volgt. Bij oefening 6 wordt het grondwerk uitgebreid met een schrikparcours om zo het paard dapperder te maken.
 |
Het is de bedoeling dat het paard let op zijn leider, hem netjes volgt en niet voorbij loopt, attent is en niet de andere kant uitkijkt, meeloopt en niet aan het touw trekt om rechtsaf de hooiberg in te duiken enz. Net zoals een mens goede manieren kan aanleren tijdens zijn opvoeding zo moet dat met paarden ook gebeuren. We streven bij deze oefeningen ook weer naar een respectvolle en harmonieuze samenwerking.
|
| |
Bij het omgaan met het paard op de grond wordt weer ingespeeld op het natuurlijke gedrag van het paard en gebruiken we ook onze lichaamstaal. Het is bijzonder van belang om onze persoonlijke ruimte te bewaken, zodat het paard niet over onze grenzen gaat.
Een belangrijk element tijdens het grondwerk is de werking van het gebruik van druk bij het paard. We ontdekken daarbij de gevoeligheid van het paard voor druk. We vragen het paard te wijken voor druk ipv er tegen in te gaan. Door dit aspect op de grond te oefenen raken we weer meer bewust van de hulpen die we geven tijdens het rijden om het paard bv. te laten wijken voor het been.
Leiden Volgen
Stelling Hoofd laag
Oefening 7 en 8: voorbereiding op longeren en rijden
Oefening 7 en 8 worden uitgevoerd met de kaptoom, een zweep en het zadel op.
 |
Een kaptoom heeft een neusriem met daaraan ringen bevestigd. De werklijn wordt aan de ring precies op het neusbeen bevestigd.
Door te werken met een kaptoom wordt het paard niet in de mond gestoord, zeker als het paard nog beleerd moet worden is dat zeer belangrijk.
|
Het grondwerk aan de kaptoom is een goede voorbereiding op het longeren en op het rijden: het paard leert daardoor met zijn binnenachterbeen onder de massa te treden, in de lengte te buigen en voorwaarts neerwaarts te lopen.
Ondertreden
De eerste oefening aan de kaptoom is een oefening aan de hand op de volte, waarbij men het paard laat ondertreden met het binnenachterbeen onder het zwaartepunt. Zet het paard daartoe in stap schoudervoor-matig aan de hand op de volte, zodat het paard, evt. op aanwijzing van de zweep, zijn binnenachterbeen goed leert plaatsen:
Andere grondwerkoefeningen zijn:
Ook op latere leeftijd, verder in de opleiding wordt grondwerk met het paard gedaan. Het werken op de grond levert een bijdrage aan de gymnastisering.
Het is in de opleiding verstandig om diverse dressuuroefeningen eerst aan de hand te oefenen alvorens ze rijdend te gaan aanleren:
- Schoudervoor
- Schouderbinnenwaarts
- Travers
- Appuyeren
- Renvers
Door het grondwerk kan het paard de hulpen aangeleerd worden die bij de betreffende oefening horen ter voorbereiding op het rijden. Grondwerk is dus geen doel op zich, maar ondersteund het rijden.
 |
Schoudervoor |
 |
Schouderbinnenwaarts |
Travers


|