Terre á terre was in de riddertijd en in de tijd dat vorsten nog aan het front streden de gevechtsgang, waarin het paard het meest wendbaar was. Dit was ooit het oorspronkelijke doel van de Academische Rijkunst omdat het paard in deze gang ''multi-beweeglijk' was.
Terre á Terre door de Portugese Rijschool uit Lissabon:
Geschiedenis
De Terre á Terre was in de riddertijd de gevechtsgang waarin het paard het meest wendbaar om tot een charge over te gaan. Ook in de Renaissance en Barokke tijd werd de oefening ingezet om de wendbaarheid van het paard te vergroten. Door de Terre á Terre staat het paard als het ware los op zijn voeten, zodat de ruiter op het beslissende moment het paard meteen de goede richting op kan sturen om de tegenstander te ontwijken of juist aan te vallen. Het paard beweegt zich als het ware als een bokser of een tennisser die ook beweeglijk is vlak voordat hij een uitval doet naar de tegenstander of een bal retourneert. De ruiter is met zijn paard in de Terre á Terre zo beweeglijk, dat het lijkt alsof de ruiter op zijn eigen benen loopt.
Op een groot deel van de historische schilderijen en in historische kunstuitingen is deze beweging geschilderd en vele mensen geloven dat de oude schilders niet wisten hoe een paard zich bewoog. Maar niets is minder waar. Tegenwoordig rijdt echter vrijwel niemand deze oefening meer, zodat de schilderijen ons vreemd doen voorkomen.
Doel
De Terre á Terre was ooit het oorspronkelijke doel van de Academische Rijkunst, omdat het paard dan inzetbaar was in de gewapende strijd. De ruiter had door de toegenomen beweeglijkheid een grotere kans om als overwinnaar uit de strijd te komen. In stiergevechten is deze gang nog wel eens te zien, om de stier te snel af te zijn. De oefening wordt ook ingezet als voorbereiding op de capriool.
Definitie
De Terre á Terre is net als de levade een tussenstap tussen de oefeningen op grond (t/m de piaffe, passage) en de sprongen boven de grond (zoals courbette, capriool). Volgens de definitie van de Duke of Newcastle (1592 – 1676) is de Terre á Terre een galop in tweetakt op twee sporen.
De oefening bestaat uit een serie kleine, lage sprongen. De beweging daarbij is als volgt:
1. In de eerste fase tilt het paard beide voorbenen gelijktijdig op en zet ze vervolgens weer neer.
2. In de tweede fase sluiten de achterbenen gelijktijdig aan bij de voorbenen.
Vervolgens herhaalt het paard een aantal keren fase 1 en 2.
De beweging kan op de plaats, voorwaarts, zijwaarts, in een wending van 180 graden en achterwaarts uitgevoerd worden. Het paard kan in een achterwaartse Terre á Terre als het ware achteruit galopperen.
Aanleren
Een paard moet erg bespierd en soepel zijn om de Terre á Terre uit te kunnen voeren. Daarnaast moet het paard zeer behendig zijn en over een krachtige, buigzame achterhand beschikken.
De oefening kan de ruiter op twee manieren ontwikkelen:
1. Door het paard te verzamelen en recht te richten in de galop.
2. Door het paard meerdere levades achter elkaar te laten uitvoeren.
De oefening kan eerst aan de hand getraind worden en daarna onder de ruiter.
Bij een eerste goede poging wordt het gelijk uitvoerig beloond en de oefening wordt op dezelfde dag niet meer herhaald.Er is een lange tijd (meerdere jaren) benodigd, om bij het paard zoveel kracht op te bouwen dat het de Terre á Terre vloeiend als tweetakt-galop kan uitvoeren.
Maestro heeft in november 2009 de Terre a Terre aangeleerd:
Ruiterhulpen
De ruiter rijdt in deze gevechtsgang met één hand, met de teugels in de linkerhand. Met de andere hand houdt de ruiter de zweep vast (vroeger zijn wapen). De ruiter vraagt het paard allereerst in de levade. Daarna drijft de ruiter, op het moment dat de voorbenen op de grond komen, de achterbenen aan om bij te sluiten. Om te voorkomen dat het paard te hoog komt in de voorhand, houdt de ruiter zijn linkerhand zo laag mogelijk.
Een aangesloten en onafhankelijke zit is een voorwaarde om de balans niet te verliezen, tijdens de korte en snel opeenvolgende sprongen.
Varianten
Redopp:
Een andere galop in tweetakt is de redopp. De voorbenen springen tegelijk naar voren, gevolgd door het gelijktijdig bijspringen van de achterhand in een zijwaartse beweging op twee hoefslagen.
Schoolgalop:
Veel paarden zullen in de Terre á Terre op de plaats naar een viertakt neigen, zodat de zogenaamde schoolgalop ontstaat.
Carrière:
De carrière is de oefening die lijkt op de Terre á Terre en eruit ziet zoals een renpaard uit de startbox gaat. Ook deze oefening is afgeleid van de natuurlijke beweging van het paard.
De carriere werd vooral in tweegevechten gebruikt om de tegenstander aan te vallen. Alleen op het moment dat de achterbenen krachtig af gingen zetten, kon de ruiter zijn tegenstander belagen, anders viel hij van zijn paard.In vroeger tijden deed men ook aan ringsteken. De ring was alleen geldig als de ruiter de ring gestoken had, op het precieze moment dat beide achterbenen op de grond waren.
Laatst aangepast op vrijdag, 30 september 2011 23:43