De levade is het toonbeeld van de academische rijkunst, omdat alle idealen en doelen er in verenigd zijn. Bij de levade draagt het paard 100% van zijn gewicht op zijn achterhand. Zijn achterhand is hierbij zeer laag bij de grond, met de gewrichten enorm gebogen, dit in tegenstelling wat we vaak zien bij een paard dat steigert en daarbij zijn achterbenen heel steil heeft. De levade werd destijds getraind, zodat de ridder het paard kon inzetten als schild om daarmee een tegenstander te weren.
Hoge School
De piaffe, passage en pirouette zijn bekende oefeningen van de Hoge School. Deze oefeningen behoren tot de scholing op de grond. Courbette, croupade, ballotade en capriole behoren tot de scholing boven de grond, ook wel schoolsprongen genoemd.
De pesade en levade vormen de brug tussen de oefeningen op de aarde en boven de aarde. Alle oefeningen behoren tot de Academische Rijkunst en zijn afgeleid van de natuurlijke bewegingen van het paard.
Geschiedenis
De Hoge School werd in de Griekse Oudheid al beoefend, zodat ruiter en paard hun vaardigheden konden laten zien en in tijden van oorlog werden de oefeningen voor verdedigingsdoeleinden gebruikt. In de 17e en 18e eeuw werden de oefeningen verder ontwikkeld als kunstvorm. Aan het eind van de 18e eeuw maakten de legers van Napoleon een eind aan de Barokke glorietijden.
Gedurende langere tijd werd het scholen boven de aarde alleen in de twee grote rijscholen in Wenen en Saumur gedaan en later ook in de 20-ste eeuw heropgerichte rijscholen in Portugal en Spanje.
De Levade
Bij de levade draagt het paard 100% van zijn gewicht op de achterhand, waarbij hij zijn achterbenen tegelijkertijd buigt. De rug maakt een hoek tot ongeveer 35 graden en de schoft blijft even hoog als in stand met maximaal een handbreedte lager of hoger. Het paard vouwt zij voorbenen onder zijn lichaam en blijft 2 a 3 seconde in de houding staan. De achterbenen mogen niet breed staan en zeker niet ongelijk.
Vanwege de sterkere buiging is de levade moeilijker dan de pesade. De pesade is een oefening met een hoek van 45 graden of meer. Bij de pesade verheft het paard zijn voorhand, terwijl bij de levade het paard gaat ‘’zitten’’ op de hurken met het spronggewricht bijna bij de grond. Bij de mezair zijn de voorbenen minder onder het lichaam gevouwen dan bij de levade.
Levade
Pesade
Mezair
De levade was oorspronkelijk de pesade en omgekeerd. De Spaanse Rijschool heeft de benamingen van de oefeningen destijds omgekeerd, al dan niet per ongeluk. Pesade betekent eigenlijk ''poseren'', levade is afgeleid van elevate (Engels), élever (Frans), elevar / leventar (Spaans), dat ‘’verhogen’’ of ‘’hoger maken’’ betekent.
Doel
De levade is de voorbereidende oefening voor de schoolsprongen en toont aan of de piaffe correct geschoold is. Bij een verkeerd geschoolde piaffe zal de levade zich niet kunnen ontwikkelen.
De levade zelf draagt bij tot het nog buigzamer en krachtiger maken van de achterhand.De levade is verder een ultieme check of het paard rechtgericht is. Een niet rechtgericht paard kan bv. wel de levade linksom maar niet rechtsom. Het paard moet aan beide zijdes symmetisch gegymnastiseerd zijn om elk gewricht aan beide kanten in gelijke mate te kunnen laten buigen. Is één gewricht stijver dan het andere tegenoverliggende gewricht, dan zinkt het paard scheef in de achterhand en zet één achterbeen meer onder de massa dan het andere.
Het aanleren van de levade
Allereerst wordt de levade aan de hand aangeleerd. De ruiter vraagt daartoe het paard in een piaffe op de plaats. Vervolgens wordt het paard gevraagd om steeds meer gewicht op de achterbenen op te nemen, zodat eerst het ene voorbeen van de grond komt en, als hij in balans is en zich zeker voelt, ook het andere. Als het paard de allereerste keer een heel klein beetje reageert of zich ‘’per ongeluk /toeval’’ verheft, dan wordt het gelijk uitvoerig beloond en de oefening wordt op dezelfde dag niet meer herhaald.
In het begin hoeft het paard slechts kort de houding aan te nemen. Het oefenen van de juiste aanzet maakt het paard sterker, zodat het uiteindelijk lang in de levade kan blijven staan. Hoe sterker een paard wordt, hoe meer zijn achterbenen zullen buigen en zijn spronggewrichten naar de grond zullen komen, hoe minder hoog hij op zal komen en hoe meer hij zijn voorbenen onder zijn lichaam zal vouwen.
Maestro doet de voorbereiding netjes: hij gaat eerst ''zitten'' op zijn achterhand door zijn beide achterbenen te buigen. Het ene voorbeen brengt hij al van de grond en hij zoekt balans om de andere ook van de grond te nemen.
En dan, als hij zijn evenwicht heeft en zich zeker voelt, komt hij met beide voorbenen van de grond.
In eerste instantie komt hij nog wat te hoog, waardoor een pesade ontstaat.
Zelfs als het paard van nature uit over kracht en soepelheid beschikt, moet het paard eerst balans leren, anders gaat het paard achter te breed staan om zich in balans te houden Hoe hoog of hoe diep de hoek van de voorbenen moet zijn varieert naar de vaardigheid en bekwaamheid van het paard. Pas wanneer het paard in een mooie oprichting en fraaie hoofdhouding gecontroleerd en zonder haast met de voorbenen van de grond komt en weer zacht land, kan het paard gevraagd worden om de levade langer vol te houden.
Hoe sterker een paard wordt, hoe meer zijn spronggewricht naar de grond zal komen en zijn achterbeen zal buigen, hoe minder hoog hij op zal komen. De schoft moet even hoog blijven OF een handbreedte lager OF een handbreedte hoger.
De ruiterhulpen
De oefening wordt aan de hand gestart vanuit de piaffe op de plaats. Door animerend tongklakken en het steeds meer ondervragen van de achterbenen wordt het paard uitgenodigd om 100% gewicht op de achterhand op te nemen. Daartoe kan de ruiter de aanzet van de staart ritmisch toucheren om deze naar de grond te laten zakken of op het spronggewricht of de kogel om de achterbenen onder het zwaartepunt te vragen. Het is belangrijk dat de ruiter het paard niet met de teugels aan de voorkant wil optillen, maar dat hij juist het hoofd voorwaarts neerwaarts blijft vragen.
Als het paard de levade aan de hand gecontroleerd uit kan voeren, kan de oefening ook onder de ruiter gevraagd worden. De ruiter vraagt een piaffe op de plaats en drijft de achterbenen tegelijk onder het zwaartepunt. Daarbij klikt de ruiter met zijn tong en maakt hij halve ophoudingen. De ruiter kijkt naar een doel op ooghoogte om zijn lichaam verticaal te houden en niet voor de loodlijn te komen tijdens de oprichting. Na de levade wordt het paard gevraagd om in stap ontspannen voorwaarts te gaan. In een later stadium worden overgangen piaffe-levade-piaffe gevraagd.
Maestro en de Levade
In maart 2007 is Maestro begonnen met de levade en hij wordt steeds beter in deze oefening:
Maestro gaat al steeds meer ''zitten'', zijn spronggewrichten komen steeds meer bij de grond;
Zijn voorbenen worden netter onder zich gevouwen;
De levade wordt steeds minder stijl, uiteindelijk moet hij een hoek van maximaal 45 graden maken t.o.v. de grond;
De levade duurt al steeds langer, uiteindelijk moet hij dik 2 secondes ''boven blijven'' en hij komt al aardig in de richting
Maestro is in staat zich IN de oefening te corrigeren qua evenwicht en gaat niet direct terug naar de grond.