STAP 13: PIROUETTES E-mail
Gemaakt op 2006-03-11 22:37   
AddThis Social Bookmark Button
In de riddertijd en de tijd van koningen te paard, was het belangrijk dat het paard wendbaar was. In de pirouette is het paard heel wendbaar, zowel in stap, draf als galop.

De pirouette vindt zijn basis in de travers.

 

HISTORIE

 

De pirouette werd in de tijd van de tweegevechten gebruikt om het paard vlot op de plaats te laten draaien. De ruiter kon zo aanvallen van achteren vermijden door face-to-face te blijven met de tegenstander. Wilde men in de strijd overleven dan was de beheersing van pirouettes  noodzakelijk.   In de Barokke tijd werd de rijkunst tot kunst verheven. Bij de pirouette werden de vaardigheden van ruiter en paard gedemonstreerd.

DEFINITIE

De pirouette is de kleinste vorm van een volte in travers. De achterbenen blijven in het centrum van de volte en de schouders maken een grotere circel. Zo vormt de pirouette een wending om de achterhand. Het paard blijft in de oefening door de hele wervelkolom van nek tot staart gelijkmatig gebogen en de buiging is daarbij in de richting van de beweging.

 

De achterbenen bewegen op een kleiner oppervlakte dan de voorhand, waardoor de achterbenen buigen en het paard zich verzamelt en opricht.De pirouette kan in stap, galop, piaf en terre à terre uitgevoerd worden. Er worden kwart, halve en hele pirouettes gereden.

De galoppirouette wordt in twee, drie, vier of acht galopsprongen uitgevoerd. De perfecte pirouette in de Academische Rijkunst bestaat uit acht sprongen die corresponderen met de acht geometrische richtingen van de rijbaan.

 

HET ONTWIKKELEN VAN DE GALOPPIROUETTE

Door de systematische opbouw van de Academische Rijkunst geeft het paard tijdens de arbeid zelf aan wanneer het toe is aan de volgende oefening. Echter niet ieder paard kan tot de zwaardere oefeningen zoals de galoppirouette opgeleid worden. Om stress en blessures te voorkomen dienen altijd de geestelijke en fysieke grenzen van het paard in acht te worden genomen. De ruiter kan de eisen alleen opvoeren als hij een tegemoetkoming van het paard bemerkt.

 

 

 

De onderstaande oefeningen kunnen als leidraad dienen ter ontwikkeling van de galoppirouette.

1. Volte verkleinen in travers    

 

 

Rijdt travers op de volte en maak deze volte steeds kleiner. Bij deze oefening wordt snel duidelijk wanneer de kracht en de wil van het paard zijn grens heeft bereikt. De volte moet niet kleiner gereden worden dan dat het paard aan kan. Als het paard gecontroleerd en verzameld kan galopperen kan het gevraagd worden een volte te verkleinen in travers. Verlang van het paard slechts enkele passen, beloon het paard en vergroot de volte weer. 

 

De galoppirouette kan ontstaan doordat de ''push'' van het buitenachterbeen (blauwe pijl) verkort en verminderd wordt. Voor het verzamelen in de galop is het noodzakelijk dat het paard met zijn buitenachterbeen de stuwkracht verminderd (blauwe pijl) en met zijn binnenachterbeen meer gaat dragen (rode pijl).

 2. Carré in travers met kwartpirouettes

Een carré is een vierkante volte gereden op twee hoefslagen. De ruiter rijdt daarbij in travers en bij elke hoek van het vierkant maakt de ruiter een kwartpirouette (90° draai). In totaal rijdt de ruiter vier kwartpirouettes en rijdt zo een hele pirouette in fases. Oefen eerst in stap en dan in verzamelde galop.

 

3. Keertwending in stap

 

 

 

Een keertwending is een 180° wending om de achterhand in stap op de hoefslag en wordt ook wel halve stappirouette genoemd.

Het is belangrijk dat de ruiter het aantal passen bepaalt en niet het paard. Ook is het belangrijk dat het paard de juiste lengtebuiging behoudt.


4. Appuyeren met halve pirouette  

 

 

Heeft het paard in de loop van zijn africhting geleerd de appuyementen in galop op beide handen correct uit te voeren, dan zal hij steeds meer kracht ontwikkelen in de achterhand en is hij in staat om aansluitend halve pirouettes te rijden.

5. Hele pirouette

Wanneer het paard de kwart en halve pirouettes goed uitvoert kan de pirouette uitgebreid worden tot een driekwart pirouette. Uiteindelijk is het paard fysiek en geestelijk in staat om de hele pirouette van 360° moeiteloos uit te voeren.

 

RUITERHULPEN

Het paard dient te reageren op voorwaartst drijvende hulpen, zijwaarts leidende buitenhulpen en begrenzende binnenhulpen. De galoppirouette verlangt een exact samenwerken van deze hulpen:

 

 

 

  • De buitenteugel (groen) leidt de buitenschouder (zwart) in de wending. De buitenteugel mag daarbij niet terugwerken en de buiging reduceren.
  • Het buitenbeen (groen) van de ruiter vraagt het buitenachterbeen (zwart) onder het zwaartepunt.
  • Het zwaartepunt (rood) wordt naar achteren en naar binnen verschoven met het bovenlichaam, zodat het binnenachterbeen meer belast wordt en de voorhand vrijer wordt.
  • De binnenzitbeenknobbel, de binnenteugel en het binnenbeen (blauw) zorgen ervoor dat de lengtebuiging behouden blijft. 

Indien het paard de schouders te snel wil wenden moet de binnenteugel dat verhinderen. Als de schouders te langzaam meekomen, moet de buitenteugel duidelijker de schouders naar binnen leiden. Bij onvoldoende buiging in de achterhand, moet het buitenbeen van de ruiter het buitenachterbeen meer onder het zwaartepunt vragen. Wanneer het paard zich omgooit moet het binnenbeen van de ruiter dit opvangen.Uiteindelijk moet het paard leren om alleen op een draai van het bovenlichaam van de ruiter te reageren en tussen de hulpen te blijven.

 


Laatst aangepast op vrijdag, 30 september 2011 23:30
 

Plaats reactie

 

 



Laatste berichten
Laatste reacties
Meest gelezen artikelen

 
 
  Shop   Programma's   Over PaardenBegrijpen   Links  
  Studiepakket Rechtrichten   Premium lidmaatschap   Marijke de Jong   AcademicArtOfRiding.com  
  Kaptoom   Instructeurscursus   De paarden   Rechtrichten.com  
  Teugel       Accommodatie & Route   Kaptoom.nl  
  Bare Back pad       Historie   Marijke de Jong  
              Instructeurs Rechtrichten    
                 
                 
 
 

Contact | Pers | Algemene voorwaarden | Disclaimer | Policy | Realisatie: CyberNed