Renvers vraagt ook het buitenbeen onder de massa, maar daarbij is de achterhand naar de wand gericht en de voorhand naar het midden van de rijbaan.
Renvers in galop wordt ook wel de contragalop genoemd.
Het verschil tussen schouderbinnenwaarts, travers en renvers:
Renvers en Travers vragen beiden het buitenachterbeen onder de massa. Bij Travers is de achterhand naar binnen, bij Renvers blijft de achterhand aan de wand.
Renvers is als het ware schouderbinnenwaarts maar dan met de andere buiging.
Schouderbinnenwaarts Travers Renvers
De zijgangen zijn nauw met elkaar verbonden en vullen elkaar goed aan. Bij schouderbinnenwaarts treedt het binnenachterbeen onder de massa, bij de travers en renvers treedt het buitenachterbeen onder de massa. Als het paard moeite heeft met schouderbinnenwaarts rechtsom, dan zal het paard tevens moeite hebben met travers linksom en renvers rechtsom, omdat al deze oefeningen hetzelfde achterbeen aanspreken. Als het paard in schouderbinnenwaarts de neiging heeft om steeds over de buitenschouder te vallen, kan het rijden van renvers helpen om dit euvel te bestrijden.
Vier achterbenen
Door de schouderbinnenwaarts linksom en rechtsom te rijden, wordt het paard steeds gevraagd om met het betreffende binnenachterbeen onder de massa te treden. Door de travers en renvers linksom en rechtsom te rijden, wordt het paard steeds gevraagd om met het betreffende buitenachterbeen onder te treden. Dat betekent dat het paard eigenlijk vier achterbenen heeft die door de betreffende oefeningen gegymnastiseerd worden:
1 Linkerachterbeen als binnenachterbeen
2 Rechterachterbeen als buitenachterbeen
3 Linkerachterbeen als buitenachterbeen
4 Rechterachterbeen
Doel renvers
De renvers heeft precies dezelfde gymnastiserende werking als de travers. Bij de travers, waarbij het hoofd van het paard langs de wand loopt, kan het zijn dat het paard uit routine voorwaarts-zijwaarts zal lopen, dan dat het paard correct tussen hand en benen is gesteld. Bij de renvers heeft het paard geen steun en aanleuning aan de wand en moet het paard perfect aan de hulpen gehoorzamen en op eigen benen de oefening uitvoeren.
De renvers is van groot belang voor de contragalop en de galopwissel:
Galop in renvers leidt tot de contragalop. Door een geringe renversstelling in de contragalop te rijden, wordt vermeden dat het paard ongevraagd de galop wisselt of per ongeluk overkruist springt.
Als het paard in galop van renvers naar travers gesteld wordt, wordt het andere achterbeen onder de massa gevraagd en ontstaat de galopwissel.
Sub-oefeningen
De oefening kan in stap, draf en tenslotte ook in galop geoefend worden. De volgende variaties zijn mogelijk:
Het rijden van overgangen van travers naar renvers in stap en draf bereidt het paard voor op de galopwissel.
Een vloeiende overgang van schouderbinnenwaarts naar renvers verbetert de balans, coördinatie en soepelheid van het paard en de gehoorzaamheid aan de hulpen.
De renvers kan op de hoefslag gereden worden maar ook in wendingen en op de volte.
De grootmeesters van destijds reden renvers op de volte en verkleinden deze volte totdat een wending om de voorhand ontstond. Op deze manier kan de ruiter zelfs renvers galoppirouettes te rijden.
Ruiterhulpen
Voor het rijden van renvers rechtsom worden de volgende hulpen ingezet:
Als voorbereiding op de oefening rijdt de ruiter rechtsom schouderbinnenwaarts op vier sporen. De ruiter zit in een zogenaamde ‘’rechtszit’’, dwz, de ruiter belast zijn rechterzitbeenknobbel, het rechterbeen ligt op de singel en het linkerbeen achter de singel. De rechterteugel is van de hals, de linkerteugel ligt tegen de hals.
Vervolgens gaat de ruiter van een rechtszit naar een linkszit om het paard van buiging te laten wisselen. Daarbij belast de ruiter zijn linkerzitbeenknobbel en zijn linkerbeen komt op de singel. Het rechterbeen komt achter de singel en houdt de achterhand op de hoefslag. De linkerteugel vraagt het paard in de nieuwe stelling en houdt de voorhand op de tweede hoefslag en ontspant daarna. De rechterteugel controleert de stelling en begrenst het paard aangezien de wand ontbreekt.
Trainingsopbouw
Als het paard de oefeningen schouderbinnenwaarts en travers kent, kan aangevangen worden met de renvers. De renvers wordt allereerst aan de hand geleerd, daarna rijdend. Als voorbereiding op de oefening vraagt de ruiter schouderbinnenwaarts van het paard. Dan vraagt de ruiter het paard van buiging te wisselen en zo ontstaat de renvers. In eerste instantie zijn een paar passen in stap voldoende en pas als het paard sterker wordt kan een hele lange zijde gevraagd worden.
De oefening kan eerst aan de hand worden geoefend:
Door de hele opleiding heen worden alle oefeningen altijd eerst aangeleerd in een langzame stap waarbij het paard dragende en geen stuwende stappen maakt. D.w.z. dat het paard een grote stap naar voren maakt met zijn achterbeen en kort afzet naar achteren.
Met dat het paard de oefening in stap beheerst, wordt de oefening aangeleerd in draf.
Als het paard de oefening in draf beheerst, kan oefening 2 en 3 in een verzamelende galop gevraagd worden.