headershadow

Latest Blogposts

Passage

PaardenBegrijpenDe passage is een verzamelde en verheven drafbeweging met weinig voorwaartse verplaatsing en een lang zweefmoment. De energie gaat meer naar boven dan naar voren. De bovenbenen van het paard worden bij een ideale uitvoering tot een horizontale lijn opgetild. De goed ondertredende achterbenen dragen meer gewicht en treden verend en krachtig voorwaarts-opwaarts.

Bij de piaffe is alleen de draagkracht als activiteit in de achterhand aanwezig. Het paard draaft als het ware op de plaats en beweegt zich nagenoeg niet voorwaarts.

Bij de passage is naast draagkracht ook de stuwkracht als activiteit in de achterhand aanwezig. Het paard beweegt daarbij voorwaarts-opwaarts.

Draag- en stuwkracht

PaardenBegrijpenIn de piaffe brengt het paard zijn achterbenen meer onder zijn massa, met gebogen, verende en soepele gewrichten. Het toevoegen van stuwkracht veroorzaakt de overgang van piaffe naar de passage of de uitgestrekte draf. Bij de passage is de stuwkracht gericht in een voorwaarts-opwaartse beweging (groene pijl).
Bij de uitgestrekte draf is de stuwkracht gericht naar achteren (rode pijl).

Doel

In vroeger tijden was de passage een koningsdiscipline met als doel de koning majestueus langs het volk te dragen. Het paard heeft in de passage een zeer trotse en fiere uitstraling, zodat officieren zich ook op deze manier voortbewogen tijdens inspecties en parades. In de academische rijkunst is de passage geen doel op zich. Het is een middel om het paard te ontwikkelen en biedt belangrijke voordelen bij de opleiding van het paard:

  • De bespiering van de rug en de achterhand wordt versterkt en versoepeld.
  • De voorhand richt zich correct t.o.v. de achterhand.
  • De oplettendheid en gehoorzaamheid aan de hulpen neemt toe.

De passage komt ook in de natuur voor bij hengsten die hun soortgenoten willen imponeren. De academische rijkunst wil deze natuurlijke beweging en dit talent van het paard tot een zo hoog mogelijk niveau ontwikkelen onder de ruiter.

PaardenBegrijpen PaardenBegrijpen

Elementen van de passage

Bij de passage moet de ruiter zes elementen op elkaar afstemmen:

1. Balans
2. Soepelheid
3. Vorm
4. Tempo
5. Takt
6. Schwung

Een paard dat door de rechtrichtende buigingsarbeid balans (1.) heeft gekregen en soepel is geworden in zijn spieren (2. soepelheid), neemt de juiste nageeflijke houding (3. vorm) aan. Het paard buigt in zijn achterhand en stuwt zodanig dat het paard de juiste snelheid (4. tempo) vindt en met een regelmatig ritme (5. takt) voorwaarts-opwaarts beweegt. Uiteindelijk laat het paard de machtige veerkracht met een swingende rug (6. schwung) zien.

Het aanleren van de passage

PaardenBegrijpenAls u zelf nog nooit de passage heeft gereden, is het raadzaam om op een ervaren paard deze oefening te ervaren. Wanneer u het voorwaarts-opwaartse gevoel eigen gemaakt heeft, kunt u dit gaan overbrengen op uw eigen paard. Ter voorbereiding kan de ruiter eerst overgangen rijden van de piaffe naar een voorwaartse draf. Vervolgens vraagt de ruiter het paard vanuit de piaffe beperkt naar voren te gaan in een voorwaarts-opwaartse beweging. Zo begint de passage zich te ontwikkelen. Met de jaren wordt de beweging volmaakter en mooier.

Variaties

Door het rijden van de volgende variaties kan de passage vervolmaakt worden:

  • Overgangen piaffe – passage. Dit bevordert de controle over de draag- en stuwkracht.
  • Overgangen passage – uitgestrekte draf. Dit bevordert de voorwaartse beweging en het ‘’zweven’’.
  • Wendingen en slangenvoltes in de passage. Dit bevordert de rondere actie en de buiging in de voorbenen.
  • Alle zijgangen in passage. Deze oefeningen helpen ook de voorbenen ronder te laten worden en de juiste activiteit van de achterbenen te stimuleren.

 

0 reacties op “Passage

Plaats een reactie


*