 | Als de ruiter bovenstaande scheefheden niet corrigeert onstaat een onbalans in de onder en bovenlijn. |

Door de scheefheden gaat het paard zijn rug spannen, waardoor het paard zijn bovenlijn kort, sterk en stug maakt. Symptomen © Susan Harris
Een harde rug cq korte bovenlijn zorgt voor veel ''problemen'': - Niet nageeflijk zijn, een paard dat hard is in de mond is altijd hard in zijn rug
- Onderhals
- Schudden met hoofd
- Tandenknarsen
- Niet willen halsstrekken
- De ruiter niet laten doorzitten
- Telgang
- Dribbelen
- Flegmatiek, stroperig lopen
- Korte passen
- Taktfouten
- Teugelkreupel
- Onregelmatigheid
- Kissing spines
- Staken, bokken, steigeren
- Nerveusiteit: Een paard met een korte bovenlijn heeft altijd een houding van ''paraatheid'' en is als het ware ''klaar om te vluchten''. Dat maakt dat deze paarden vaak kijkerig zijn. Spanning in het lijf zorgt voor spanning tussen de oren.
- Slechte vacht: als de rugbespiering zich steeds meer verkot wordt de doorbloeding gereduceert. De stofwisseling verslechterd, waardoor de vacht dof kan worden.
   
Longissimus thoracis et lumborum (Longissimus Dorsi) De lange rugspier (longissimus dorsi), die aan beide zijdes van de wervelkolom ligt, stabiliseert de wervelkolom. Een paard zonder rugspieren kan een ruiter niet dragen: 
De longissimus dorsi is belangrijk om de ruiter te dragen. Het zadel ligt ook op deze spier:
De buikspieren zijn echter de belangrijkste spieren voor het paard bij het dragen van gewicht en het ontlasten van de rug. Een mens moet ook geen spullen tillen met zijn rug, maar met zijn buik.  © Susan Harris - Horse gaits balance & movement Tweezijdige of eenzijdige aanspanning De longissimus dorsi kan bij tweezijdige aanspanning ervoor zorgen dat het paard gaat steigeren of bokken en bij eenzijdige aanspanning het paard in de lengte doen inbuigen: | Bij fixatie voorhand: | Bij fixatie achterhand: | Eenzijdige aanspanning: |  |  |  |
Het is deze eenzijdige aanspanning die alle bovengenoemde problemen kan verhelpen. |