|
Voorbeelden
Het kijken naar een boek met plaatjes of het lezen van een leerboek heeft te maken met leren door middel van zien; Luisteren naar een lezing heeft te maken met leren door middel van horen; Het indrukken van knopjes om vast te stellen hoe een dvd-recorder werkt heeft te maken met kinestetisch leren.
Voorkeur
Ieder mens heeft een voorkeur: De één heeft beelden nodig om het te begrijpen, de ander alleen taal. Weer iemand anders moet het kunnen voelen. Als een leraar bv. iets mondeling uitlegt, kijkt de een dromerig uit het raam terwijl de ander ademloos aan zijn lippen hangt. Kortom iedereen leert op een andere manier.
In het algemeen leren de meeste mensen om twee of drie leermogelijkheden te gebruiken. Het is goed om bij jezelf als ruiter te rade te gaan hoe je informatie het beste tot je neemt:
Als je bv. een boek leest, kun je dan gemakkelijk de tekst in je op nemen (visueel) of kun je gemakkelijker de draad blijven volgen als je een geluidsopname van een boek beluistert (auditief)? En wil je graag een instructeur die je ’’pas voor pas’’ begeleidt (auditief) of wil je graag ook even tijd om in stilte te oefenen via de ’’trial en error’’ methode (de oefening proberen, fouten maken en in jezelf opzoek gaan om de oefening goed te doen) (kinestetisch). Een combinatie van de drie leermogelijkheden werpt wellicht nog de meeste vruchten af!
Praatje, plaatje, daadje
Praatje, plaatje, daadje is een bekend ’’rijtje’’ in de didactiek cq onderwijs en er wordt mee bedoeld: leren door te horen, te zien en te voelen.
- Het praatje: Dit is de mondelinge uitleg over hetgeen geleerd moet worden, de instructeur verteld over de oefening, legt het uit en laat dus HOREN hoe het moet. Vaak is het zo dat als je iets hoort dan herken je het.
- Het plaatje: Dit is het visueel maken van hetgeen geleerd moet worden, dus de instructeur laat ZIEN hoe het moet door het zelf voor te doen, of door het op de grond voor te doen of door een tekening uit een boek te laten zien. Een plaatje zegt vaak meer dan 1000 worden en vaak is het zo dat als je iets ziet dan begrijp je het en al je spieren begrijpen wat de bedoeling is.
- Het daadje: Het zelf oefenen en zelf voelen is het derde aspect van het rijtje, dus het is goed dat de instructeur het je laat VOELEN en dat je op een ervaren paard leert voelen wat goed is. Vaak is het zo dat als je iets voelt dan weet je het.
Paardrij-instructeurs opgelet
Een goede instructeur legt een bepaalde oefening als volgt uit en pakt een training dus als volgt aan:
- PRAATJE: Hij/zij geeft mondelinge aanwijzingen en wijst op de accenten.
- PLAATJE: Hij/zij laat de oefening een keer zien (op video, via plaatjes uit een boek of door het zelf voor te doen) en geeft nogmaals duidelijk de accenten aan.
- DAADJE: Hij/zij laat de ruiter de oefening doen en corrigeert op de aangegeven accenten.
|