|
Gemaakt op 2006-01-30 22:25
|
|
De zit is de primaire hulp van de ruiter. Vanuit het zwaartepunt diep in de buik van de ruiter start alle beweging.
Ontlastende, midden- en belastende zit
Door kantelen van bekken kan de ruiter de volgende zit aannemen:
1. Ontlastende, verlichte zit (bij jonge paarden).
2. Middenzit.
3. Belastende zit (ter verzameling).
Een ruiter moet zijn zwaartepunt boven die van het paard houden en bij een jong paard ligt dat zwaartepunt (rode stip) verder naar voren, waardoor de ruiter ook wat naar voren in de ontlastende zit zit. Naarmate het paard meer gewicht op zijn achterhand draagt, buigt hij zijn ''hurken'' meer (groene strepen) en komt ook zijn zwaartepunt verder terug, waardoor de ruiter steeds rechter op komt te zitten:
1. 2. 3.
1. 2. 3. 
 |
Linkszit/rechtszit
De ruiter kan in een linkszit (plaatje) of rechtzit zitten, om zo de buiging aan te geven. De ruiter houdt daarbij zijn schouders en heupen parallel aan die van het paard.
- De binnenzitbeenknobbel van de ruiter wijst daardoor als het ware naar de grond precies daar waar het achterbeen neergezet moet worden.
- Het binnenbeen van de ruiter is daardoor altijd op de singel en het buitenbeen achter de singel.
|
Het voelen van de zit
 |
De zit voelt de rug, de buik en het achterbeen:
- De linker zitbeenknobbel van de ruiter zakt als het paard zijn linker achterbeen optilt
- De buik van het paard zwaait uit naar rechts om plaats te maken voor dit ondertredende en dragende achterbeen.
- De linker zitbeenknobbel gaat omhoog als het paard zijn linker achterbeen neerzet.
|
 |
De ruiter moet drijven als het achterbeen in de lucht is (fase 3: de draagfase) om het paard uit te nodigen met het achterbeen naar het zwaartepunt toe te treden. De ruiter moet nooit drijven als het paard zijn been neerzet (fase 2), want dan zal het paard nog meer af gaan zetten naar achteren (fase 1: de stuwfase), waardoor hij zwaar op de hand wordt.
De stuwfase mag voor de dressuur nooit langer zijn dan de draagfase. In de piaf, een oefening zonder stuwkracht, gaat het achterbeen zelfs alleen maar naar voren (fase 3) en komt het iedere keer weer in de standfase (fase 2) terug, zonder dus naar achteren (fase 1) te stuwen.
|
 |
De zit moet ook voelen of het binnenachterbeen
- exact onder de massa geplaatst wordt
- of dat het been naast de massa gezet wordt
- of teveel schaart en achter het zwaartepunt langs gaat.
- of dat het achterbeen juist van het zwaartepunt wegstuwt.
|
Als de zit goed kan observeren kan het been van de ruiter correcties gaan aanbrengen als het paard zijn achterbeen niet goed gebruikt. De zit observeert en het been van de ruiter produceert. |
|
Laatst aangepast op maandag, 15 september 2008 12:57 |