|
Gemaakt op 2006-03-21 08:21
|
 |
De ruiter moet zijn schouders altijd parallel houden aan die van het paard en zijn heupen parallel aan die van het paard voor een correcte balans en correcte manier van bewegen. In de rechtrichtende buigingsoefeningen (voltes, schoudervoor, schouderbinnenwaarts, travers enz.) zit de ruiter daarom altijd in een rechtszit of linkszit (plaatje).
De ruiter zit daarbij op zijn binnenzitbeenknobbel en die wijst als het ware naar de grond, precies naar de plek waar het achterbeen neergezet moet worden.
|
|
|
Laatst aangepast op dinsdag, 09 oktober 2007 17:00 |