|
Gemaakt op 2007-04-08 00:03
|
|

|
Een veulen leert als eerste om aan het halster mee te lopen. De training bij een paard start dus bij het hoofd.
Bij een jong paard kunnen we tijdens de eerste arbeid de achterhand nog niet beinvloeden. Daarom start de arbeid met het werk aan de kaptoom.
|
Van voor naar achteren
Via de kaptoom wordt de schedel geplaatst, waardoor de lengtebuiging in de wervelkolom ontstaat en de binnenheup naar voren komt. Daardoor kan het binnenachterbeen ondertreden.
Van achteren naar voren
Uiteindelijk zal het andersom zijn: dan kunnen we door beinvloeding van het binnenachterbeen, de binnenheup naar binnen vragen, waardoor de energie van achter naar voren over de ruggengraat getransporteerd wordt en de schedel als resultaat correct geplaatst wordt.
Op dat moment is de kaptoom niet meer nodig en kan een paard op slechts een kandare gereden worden. |
|
Laatst aangepast op dinsdag, 09 oktober 2007 18:47 |