|
Stap
De stap is een vier-takt. De vier benen van het paard worden afwisselend opgetild en weer neergezet in de volgende volgorde: linksachter, vervolgens linksvoor, dan rechtsachter en tot slot rechtsvoor.

Draf
De draf is een twee-takt en heeft een zweefmoment, waarin alle vier de benen van de grond zijn. De diagonale benen worden gelijktijdig opgetild en weer neergezet.

Galop
De galop is een drie-takt en heeft ook een zweefmoment. Er is een linker- en een rechtergalop. Op het plaatje ziet u de linkergalop. De volgorde van oplichten en neerzetten van de benen is als volgt: Rechterachterbeen, het diagonale benen paar: linksachter + rechtsvoor tegelijk, en dan het linkervoorbeen.
De draf gymnastiseert, de galop activeert en de stap controleert. De stap is eigenlijk de moeilijkste gang en de verradelijkste! De stap laat het meest duidelijk zien wat het probleem is bij een paard.
Tempo
Elk paard heeft in elke gang een eigen grondtempo. Dat ligt voor ieder paard weer anders en het is aan de ruiter om dat tempo te bepalen waarin het paard de beste kwaliteit van de gang laat zien.
Tempowisseling
Bij verzameling verkort het paard zijn passen, maar hij gaat niet langzamer lopen.
Bij verruiming gaat het paard zijn passen verruimen, maar hij gaat niet sneller lopen.
De regelmaat van de passen moet dus hetzelfde blijven, alsof er een metronoom aan staat.
Overgang
Een tempowisseling vindt plaats binnen een gang, dus van verzamelde draf naar arbeidsdraf.Een overgang vindt plaats van de ene naar de andere gang, dus van stap naar draf of van galop naar draf enz.
Takt
De stap is dus een 4-takt, de draf een 2-takt en de galop een 3-takt.
Taktverstoring, zoals telgang, overkruist galop, onregelmatigheid, teugelkreupelheid treden op als het paard niet is recht gericht en niet in balans loopt.
De takt kan ook als ritme worden gezien: De verzamelde gangen worden met een hoge takt of hoog ritme gereden en de verruimende gangen met een lage takt of laag ritme. |