De achterbenen van een paard kunnen stuwen, dragen en veren, de voorbenen van het paard zijn voornamelijk steunpilaren.
-
Stuwkracht is nodig om vooruit te komen, om snelheid te maken.
-
Draagkracht is nodig om te kunnen tillen, om iets omhoog te kunnen brengen.
-
Veerkracht is het vermogen om schokken op te vangen.
Plaatjes: uit het boek Paard Rijkunst van Hajas/Flandorffer ISBN 90 240 0581 7.
Voorbenen paard
De voorbenen van een paard zijn steunpilaren en kunnen niet stuwen en minimaal veren (ondervoet), alleen dragen. De voorbenen vormen alleen een ondersteuning voor het lichaam en werken niet mee aan het voortbewegen daarvan. Daar zorgen de achterbenen voor.
Achterbenen paard
Met de achterbenen kan een paard stuwen, veren en dragen:
Doordat de achterbenen zich kunnen buigen, kan het paard steeds meer draagkracht in zijn achterhand ontwikkelen.

|
Draag/veerkracht
Als een paard zich verzamelt, brengt hij zijn achterbenen meer onder zijn massa, met gebogen, verende en soepel gewrichten. Het bekken kantelt, zijn achterhand komt lager en het paard gaat als het ware meer “zitten”.
Hij draagt meer gewicht met de achterbenen, de voorhand wordt lichter en beweeglijker, het paard beweegt opwaarts en het hele paard wordt korter in zijn lijf en hoger door de oprichting.
|
Stuwkracht
De meeste paarden hebben van zichzelf uit voldoende stuwkracht in de achterhand. De achterbenen bewegen zich vanuit de loodlijn naar achteren en stuwen alleen maar, zonder te dragen.
Als men niet oppast stuwt het paard zijn volle gewicht tegen de voorhand, waardoor verstijving van de voorhand en overbelasting kan ontstaan.
|
 |
 |
| Stuwend achterbeen |
Dragend achterbeen |
|
Hier ziet u Schweppes in april 2006. De achterbenen bewegen zich vanuit de loodlijn naar achteren en stuwen alleen maar, zonder te dragen.
Als men niet oppast stuwt het paard zijn volle gewicht tegen de voorhand, waardoor verstijving van de voorhand en overbelasting kan ontstaan.
|
Hier ziet u Schweppes in november 2006. De achterbenen bewegen zich vanuit de loodlijn naar voren en het paard brengt zijn achterbenen meer onder zijn massa, met gebogen, verende en soepel gewrichten.
Hij draagt meer gewicht met de achterbenen, de voorhand wordt lichter en beweeglijker, het paard beweegt opwaarts en het hele paard wordt korter in zijn lijf en hoger door de oprichting.
|

Van stuwkracht naar draagkracht
Het hoofddoel van de rijkunst is het volledig ontwikkelen van de draagkracht van de achterhand door het buigzaam maken van de achterbenen. Daartoe kan het gewicht dat van nature op de voorhand is gelegd, zoveel mogelijk naar achteren worden gelegd, om zo de fragiele voorbenen zoveel mogelijk te ontlasten.
De ruiter moet de draagkracht leren bezitten om de stuwkracht te kunnen beheersen.
Van draagkracht naar stuwkracht
De Levade is een oefening in de klassieke rijkunst die staat voor de ultieme verzameling en draagkracht. Het volledige gewicht van het paard wordt door de achterhand gedragen doordat het paard in zijn achterhand zakt en zijn voorbenen van de grond houdt.
Als het paard deze opperste verzameling aan kan, kan het paard geleerd worden om de draagkracht weer om te zetten in stuwkracht, waardoor het paard naar voren of omhoog springt in de klassieke schoolsprongen zoals de Courbette of Capriool.
UIT DE PRAKTIJK
POPEYE: TEVEEL STUWKRACHT |