|
Gemaakt op 2007-02-11 00:57
|
|
|
|
In deze houding krijgt het gebied achter de kaak veel ruimte en het paard kan zijn kaak ontspannen. En dat is belangrijk voor de algehele losgelatenheid bij het paard. |
|
|
In deze houding krijgen het gebied achter de kaak geen ruimte en dit leidt ook tot een stijve en vastgezette kaak. |
|
|
De ruiter kan de juiste buiging niet bereiken als de speekselklier naar buiten wordt gedrukt en gefixeerd wordt. Het paard kan met moeite stelling aannemen en al helemaal niet opzij kijken. |
|

|
Ook bij de oprichting moet het paard altijd ruimte houden achter zijn kaak en niet in elkaar getrokken worden. |
|
|
Laatst aangepast op dinsdag, 09 oktober 2007 18:11 |