|
Gemaakt op 2005-10-24 12:50
|
|
|

|
De ruiter heeft zit-, been- en teugelhulpen en mentale hulpen ter beschikking. De toepassing van slechts een afzonderlijke hulp zal nooit leiden tot een accuraat uitgevoerde oefening bij het paard.
Alleen de correcte toepassing en coördinatie van alle hulpen kan resulteren in een perfect uitgevoerde oefening.
|
De verschillende hulpen worden in combinatie met elkaar gebruikt die met alle subtiele en kleine nuances tot nog meer combinaties leiden en zo een echte taal kunnen vormen om met het paard te kunnen communiceren.
Zit-, been- en teugelhulpen werken tezamen bij de rechtrichtende buigingsarbeid. Het rechtrichten door buigen heeft de grootste gymnastiserende effecten op het paard en is daarmee het meest doelmatig tijdens de opleiding:
 |
- De binnenhand maakt halve ophoudingen om het paard te laten nageven op de binnenteugel.
- Dit wordt ondersteund door het binnenbeen en de binnenzitbeenknobbel.*
- Het binnenbeen drijft het binnenachterbeen tot ondertreden onder het zwaartepunt.
- De binnenzitbeenknobbel drukt op de binnenste rugspieren, waardoor die spieren zich samentrekken en de binnenheup van het paard naar voren komt.
- Zo buigt het paard zich in de gehele lengte door de wervelkolom van staart tot oor.
- Het paard komt aan de buitenteugel.
|
* Met de tijd moeten deze hulpen de eerste teugelhulp overbodig maken. Uiteindelijk moet het paard zich om de zitbeenknobbel van de ruiter buigen. |
|
Laatst aangepast op dinsdag, 09 oktober 2007 17:02 |