|
Gemaakt op 2006-03-12 03:11
|
|
Onder kunstmatige hulpen vallen de sporen, de zweep, bitten, de kaptoom, de longe en hulpteugels.
Sporen
Een spoor is ervoor om de beenhulp te verfijnen. Een paard voelt een vlieg op zijn huid en de spoor kan die vlieg nabootsten.
Zweep
De zweep is geen strafmiddel maar meer een aanwijsstok om aan te geven wat de achterhand moet doen.
Hoofdstel met bit
De ruiterhand zorgt ervoor of een bit scherp of zacht is.
Kaptoom
De kaptoom wordt o.a. gebruikt om het jonge paard te beleren en daarmee het paard niet in de mond te storen.
Longe
De longe wordt gebruikt om het (jonge) paard te leren in balans te lopen met de juiste lengtebuiging en een goed dragend binnenachterbeen.
Hulpteugels
Bij een goede opleiding en africhting van het paard zijn hulpteugels overbodig. |
|
Laatst aangepast op dinsdag, 09 oktober 2007 17:03 |