|
Gemaakt op 2007-04-07 22:29
|
|

|
''Half steps'' betekent ''halve passen''. Bij het draven maakt het paard hele passen. Door het paard steeds meer verzameld te laten draven en de stuwkracht voorzichtig weg te nemen ontstaan halve passen, de zg. ''halfsteps''.
Door deze stappen nog meer te halveren, zonder de voorwaarts-opwaartse beweging te verminderen, ontstaat uiteindelijk een keer de piaffe.
|
De schaalverdeling van de draf
Op de ''draf-schaal'' is de piaffe het ene uiterste en de uitgestrekte draf het andere uiterste.

Hieronder is in verhouding de grootte en de hoogte van de passen te zien:

 |
Bij de half steps wordt moet het achterbeen van het paard naar voren worden gezet en zo weinig mogelijk naar achteren worden weggezet. De afzet/stuwkracht moet verminderd worden. Dus de ruiter moet drijven zodanig drijven dat het moment dat het been van het paard op de grond staat iets verkort wordt en dat het paard iets eerder zijn been weer naar voren optilt.
|
De hulpen van de half steps
 |
De halfsteps worden opgebouwd van achteren naar voren. Het paard moet buigen in zijn achterbenen door meer gewicht over te nemen en wordt zo licht in de hand. De ruiter mag het paard niet van voor naar achteren in de half steps rijden. Dat is heel belangrijk! Het paard moet veel front krijgen, met een lange hals. De ruiter moet het paard van voren groot houden, met daarbij de oren in de lucht.
|
Bij de halfsteps bouwt de ruiter als het ware het paard vòòr de zit op via halve ophoudingen. De hulpen zijn als volgt:
- De ruiter maakt een innerlijk beeld van wat hij wil van het paard,
- Vervolgens vraagt de ruiter het achterbeen eronder,
- De zweep kan op de staartwortel vibreren om zo het paard zijn staart naar de grond te laten zakken en om zo te motiveren zijn bekken te kantelen,
- De ruiter kantelt zijn bekken en komt zo in de belastende zit terecht,
- De zitbeenknobbels van de ruiter moeten minimaal bewegen,
- Het zwaartepunt van de ruiter blijft meer op de plaats, de ruiter houdt het paard onder zich
- Dan sluit de ruiter de hand,
- het paard richt zich op,
- en de ruiter geeft onmiddelijk de teugel terug aan het paard.
- De ruiter klikt tijdens de oefening ritmisch met de tong zodat het paard zo geconditioneerd wordt op dit geluid en dat gaat verbinden met de half steps. Dat maakt dat teugelhulpen uiteindelijk tot een minimum beperkt worden.
Bovenal is deze oefening een mentale aangelegenheid: de ruiter moet de piaffe als het ware al voor zich zien en al in zich voelen. De ruiter moet bergopwaarts rijden in zijn gevoel en mentaal het achterbeen van het paard naar de hand toevragen.
|

|
Tijdens de halfsteps moet het paard in zijn zelfhouding blijven en dus niet met zijn achterhand naar binnen komen of met zijn voorhand. Veel paarden zoeken ''gaten'' om uit de zelfhouding te komen. De ruiter moet deze gaten dichten met binnen/buitenteugel en binnen/buitenbeen en het paard dus tussen de kudde van hulpen houden. De ruiter is als het ware een cake vorm en het paard moet als een cake in deze vorm blijven.
|
|
|
Laatst aangepast op zondag, 02 oktober 2011 21:26 |