
| Bij het achterwaarts gaan heeft het paard een diagonale beenzetting, net als in de draf. Elk paard moet gewillig en achterwaarts leren gaan. Daarbij moet de ruiter er vooral op letten dat het paard recht achterwaarts gaat en niet tegen de hand ingaat. |
© Susan Harris Doel Wanneer deze oefening op een juiste wijze uitgevoerd wordt, verhoogd deze de buigzaamheid van de achterhand en de nageeflijkheid in de nek.Tevens bevordert het de gehoorzaamheid aan de hulpen. Hulpen De hulpen bestaan uit een samenspel van zit-, been- en teugelhulpen: - Laat het verzamelde paard nageeflijk halthouden.
- Het paard gaat door gelijkmatige druk op beide teugels achterwaarts. De ruiter geeft na als het paard nageeft.
- De beenhulpen zorgen ervoor dat het paard recht blijft.
- Zit niet te zwaar in het zadel om de paardenrug de gelegenheid te geven om te welven.
- Beurtelings kunnen eventueel links en rechts kleine teugelhulpen gegeven worden die inwerken op de achterbenen.
- Na enkele passen vraagt u het paard halt te houden en na enkele seconden gaat u voorwaarts.

© onbekend | Tijdens het achterwaarts mag de hals niet in elkaar getrokken worden, wat bij te grote druk op de teugels gemakkelijk gebeurt. Het paard gaat dan namelijk met een holle rug achterwaarts of komt teveel op de voorhand zoals op de tekening. |
Aanleren Bij jonge paarden moet de ruiter het paard eerst door middel van lichte voorwaarts drijvende hulpen een halve pas voorwaarts laten maken. Dan meteen de teugelhulpen geven voor het achterwaarts gaan, tegelijk met waakzame beenhulpen. Hierdoor wordt het achterwaarts ‘’trekken’’ vermeden. Pas wanneer het paard beter aan de hulpen staat, kan het achterwaarts beoefend worden vanuit stilstand. Bij jonge paarden moet de ruiter tevreden zijn met enkele passen. De ruiter moet er vooral op letten dat de passen niet ijlend of krabbelend zijn, maar rustig pas voor pas gaan. Het is belangrijk dat het paard na het achterwaarts gaan rustig blijft staan. Wanneer het paard het achterwaarts onder de ruiter moeilijk leert is het aan te raden de oefening eerst aan de hand uit te voeren. In het algemeen geldt dat het niet nodig is om deze oefening vaak te herhalen. Vraag de eerste paar keren niet meer dan 1 of 2 passen achterwaarts. Vraag het achterwaarts treden niet te vaak of te lang achtereen; het is een voor het paard een tegennatuurlijke beweging - enkele passen in iedere les is voldoende. |