KLASSIFICERING INSTRUCTEURS RECHTRICHTEN E-mail
Gemaakt op 2008-07-09 22:00   
AddThis Social Bookmark Button

   

De instructeursopleiding van Paarden Begrijpen wordt ieder jaar afgesloten met een examen waarbij de instructeur een bepaalde graad kan halen.

Instructeursopleiding Rechtrichten

Paarden Begrijpen heeft een Instructeuropleiding Rechtrichten ontwikkeld om via instructeurs zoveel mogelijk combinaties van ruiter en paard te kunnen begeleiden bij het symmetrisch gymnastiseren van het paard.

Paarden Begrijpen streeft daarbij een hoog kwaliteitsniveau na, uit verantwoordelijkheid richting alle lesklanten en hun paarden. Teneinde een constante en hoogwaardige kwaliteit te kunnen garanderen, wordt de instructeuropleiding afgesloten met een examen.  

Om tegemoet te komen aan de verschillende startniveaus en individuele mogelijkheden en talenten van de instructeurs in opleiding, zijn er vier examenniveaus gedefinieerd waarin de instructeur een bepaalde graad kan halen.

    

Vier graden

Paarden Begrijpen kent vier gradaties aan instructeurs volgens de methode van Paarden Begrijpen - Rechtrichten, hierna aangeduid als PBRR:

 

De 1e graad instructeur is in staat om een combinatie van paard en ruiter op te leiden in de basistechnieken van PBRR. Daarbij worden gymnastiserende rechtrichtende buigingsoefeningen ingezet om lijf en ledematen buigzaam te maken en symmetrisch te ontwikkelen en om het fysieke en psychische welzijn van het paard te vergroten.

   
 

De toegevoegde waarde van een hogere graad bestaat daarin, dat de instructeur meer rechtricht-technieken beheerst. Een instructeur met een hogere graad kan een lescombinatie van ruiter/paard tot een verdergaand niveau opleiden.

Voordelen

Het voordeel van de graden zijn, dat de instructeur zich duidelijk kan profileren en onderscheiden met de behaalde graad naar buiten toe en dat de lesklant inzicht heeft in de aangeboden kwaliteit van de instructeur. De gecertificeerde rechtrichtende oefeningen die bij een graad horen, garandeert voor alle partijen een constante en gewaarborgde kwaliteit van de geleverde diensten.

Opgemerkt moet worden dat 1e graad instructeurs zeer ervaren kunnen zijn binnen hun eigen discipline (recreatief, dressuur, western, freestyle enz.). Het gradensysteem is geen beperking voor de instructeur om les te geven in andere (rechtrichtende) oefeningen dan in de graad vermeld worden. Ieder kan onder persoonlijke titel en verantwoordelijkheid invulling en uitbreiding geven aan zijn pakket van dienstverlening.

   

Vereiste theoretische en didactische vaardigheden

De vereiste theorietische en didactische kennis van de instructeur is voor alle graden hetzelfde.

Theorie

De instructeur heeft uitgebreide theoretische kennis van:

  • De natuurlijke scheefheid in al zijn dimensies;
  • Het wat, waarom, hoe, wanneer, waarmee van de rechtrichtende buigingsoefeningen:
    • Volte
    • Schouderbinnenwaarts
    • Travers
    • Renvers
    • Appuyeren
    • Werkpirouette
  • De ins en outs van het werk aan de hand en het longeren;
  • Het trainen van paarden: de aanpak, opbouw, het aanleren van hulpen, veiligheid;
  • Het harnachement dat gebruikt wordt bij het rechtrichten zoals de kaptoom;

Didactiek

Qua didactiek heeft de instructeurs uitgebreide kennis van:

  • De grondregels van de didactiek;
  • De leerprocessen van de lesklant;
  • Het gebruik van zintuigen en hersenhelften bij verschillende type lesklanten;
  • De indeling en opbouw van een les;
  • Het uitleggen van een nieuwe oefening;
  • Complimenten en kritiek geven;
  • Het omgaan met emoties als angst, verdriet, boosheid;
  • Het opzetten van een opleidingsplan of lesplan voor de lesklant;

Daarnaast heeft de instructeur laten zien dat het volgende beheerst wordt:

  • De instructeur kan een presentatie houden voor een groep.
  • De instructeur kan privelessen geven toegesneden op specifieke combinaties van ruiter en paard.

Opdrachten

Gedurende de opleiding heeft de instructeur een aantal opdrachten uitgevoerd:

  • De instructeur heeft verslagen gemaakt van acht huiswerkopdrachten, waaruit gebleken is dat de instructeur met verstand en gevoel het rechtrichten kan toepassen in de praktijk, zowel bij zijn/haar eigen paard als tijdens het lesgeven aan derden. De opdrachten waren:
    • Beschrijf de natuurlijke scheefheid van het eigen paard
    • Beschrijf de natuurlijke scheefheid van drie onbekende paarden
    • Maak een verslag van een maand rechtrichten van een onbekend paard
    • Beschrijf het begeleiden van een leerling in het rechtrichten gedurende 1 maand
    • Begeleid een leerling gedurende 3 maanden en maak hier verslag van
    • Beschrijf een rechtrichtende buigingsoefening vanuit het wat, hoe, waarom, waarmee, wanneer
    • Maak een verslag van je missie, visie en filosofie
    • Maak een jaarverslag van de ontwikkelingen in het rechtrichten van het zelf opgeleide paard
  • De instructeur heeft uitgebreide kennis opgedaan over alle aspecten van de natuurlijke scheefheid en het rechtrichten en heeft de volgende boeken bestudeerd:

- Academische Reitkunst – Bent Branderup
- Renaissance Reiten – Antoine de Pluvinel
- Barockes Reiten – Francoise Robichon de la Gueriniere
- Das Gymnasium des Pferdes – Gustav Steinbrecht

  


Vereiste rechtrichtende buigingsoefeningen per PBRR-Graad

Het toekennen van de uiteindelijke graad hangt af van de eigen vaardigheid van de instructeur die getoond wordt met het eigen, zelf opgeleide, paard.

De onderstaande tabel geeft aan welke PBRR-oefeningen* een 1e t/m 4e graad instructeur beheerst**  met het eigen paard.

   1e graad  2e graad  3e graad  4e graad
  Werk aan de hand
  • Volte
  • Schouderbinnen
  • Travers
  • ***   
  • Volte
  • Schouderbinnen
  • Travers
  • *** 
  •  
  • Volte
  • Schouderbinnen
  • Travers
  • Renvers
  • Appuyeren
  • Werkpirouette   
  •  
  • Volte
  • Schouderbinnen
  • Travers
  • Renvers
  • Appuyeren
  • Werkpirouette 
  • Halfsteps  
  • Longeren  Stap  Stap, Draf  Stap, Draf Stap, Draf, Galop 
    Rijden:        
     Stap  
  • Volte
  • Schouderbinnen
  • Travers
  •  
  • Volte
  • Schouderbinnen
  • Travers
  • Renvers
  • Appuyeren
  • Werkpirouette   
  •  
  • Volte
  • Schouderbinnen
  • Travers
  • Renvers
  • Appuyeren
  • Werkpirouette 
  •  
  • Volte
  • Schouderbinnen
  • Travers
  • Renvers
  • Appuyeren
  • Werkpirouette 
  •  Draf  
  • Volte
  • Schouderbinnen
  • Travers
  •  
  • Volte
  • Schouderbinnen
  • Travers
  •  
  • Volte
  • Schouderbinnen
  • Travers
  • Renvers
  • Appuyeren
  • Werkpirouette 
  •  
  • Volte
  • Schouderbinnen
  • Travers
  • Renvers
  • Appuyeren
  • Werkpirouette 
  • Halfsteps
  •  Galop  -  -  
  • Volte  
  •  
  • Volte
  • Schouderbinnen
  • Travers
  • Renvers
  • Appuyeren
  • Werkpirouette 
  • Ad *

    • De volte wordt ingezet als ''fitness-apparaat'' om het lichaam van het paard gelijkmatig te leren inbuigen naar links en naar rechts, de bovenlijn te stretchen en het paard te leren ondertreden met zijn binnenachterbeen.
    • De schouderbinnenwaarts wordt ingezet om het paard zijn binnenachterbeen buigzamer te maken en schoudervrijheid in het buitenvoorbeen te creeren en de soepelheid in het lichaam te vermeerderen.
    • De travers, renvers en het appuyeren zorgen ervoor dat het paard ook zijn buitenachterbeen beter gebruikt en buigzamer maakt en dat het paard nog beter in balans komt en zijn schouders vrijer kan bewegen.
    • De werkpirouette zorgt voor het buigzaam maken van beide achterbenen en het vermeerderd gewicht opnemen op de achterhand, zodat de voorhand nog meer ontlast wordt.

    Ad **

    Onder het beheersen van de oefening wordt verstaan, dat bij de uitvoering van elke oefening het volgende bereikt is:

    • Het paard kan de oefening zowel linksom als rechtsom in gelijke mate tonen;
    • De houding van het paard is voorwaarts neerwaarts en het lichaam is gelijkmatig en soepel in de lengte gebogen;
    • Het paard treedt correct onder met de achterhand;
    • Het paard loopt in een juist tempo, met takt en regelmaat;
    • Het paard is in balans en licht in de voorhand;
    • Het paard is nageeflijk en zoekt de ruiterhand;
    • Tijdens het rijden laat het paard zijn voorbenen leiden tussen de teugels en zijn achterbenen tussen de beenhulpen van de ruiter. Het paard laat zijn lichaam leiden door de fysieke en statische zit van de ruiter.

    Ad ***:

    De instructeurs van de lichting 2007/2008 kunnen ook in de 1e en 2e graad de volgende oefening aan de hand in stap:

    • Renvers
    • Appuyeren
    • Werkpirouette   

       

    Profielen

    De instructeur 1e, 2e, 3e of 4e graad heeft de 1-jarige basis instructeursopleiding afgerond.

    De instructeur heeft de proef met rechtrichtende buigingsoefeningen met succes afgelegd die behoord bij de graad die de instructeur is toegekend.

    Een instructeur 1e,2e, 3e of 4e graad is bevoegd om uit te dragen dat de instructeur les geeft in Paarden Begrijpen Rechtrichten volgens deze graad. De instructeur en is bevoegd om les te geven conform het niveau en vanuit de positie bijbehorende bij de graad:

    • De 1e graad instructeur is in staat om een combinatie van paard en ruiter op te leiden in de basistechnieken van PBRR. Daarbij worden gymnastiserende rechtrichtende buigingsoefeningen ingezet om lijf en ledematen buigzaam te maken en symmetrisch te ontwikkelen en om het fysieke en psychische welzijn van het paard te vergroten.
    • De toegevoegde waarde van een hogere graad bestaat daarin, dat de instructeur meer rechtricht-technieken beheerst en meer ervaring heeft in lesgeven en trainen volgens PBRR. Een instructeur met een hogere graad kan een lescombinatie van ruiter/paard tot een verdergaand niveau opleiden.

    De instructeur kan paarden trainen conform het niveau en vanuit de positie bijbehorende bij de graad.

    De instructeur dient elk jaar deel te nemen aan de update dagcursus en dient  privé-les te blijven volgen bij Paarden Begrijpen. Op deze wijze wordt het niveau van de graad behouden en kunnen de vaardigheden van de hogere graden ontwikkeld worden. 

    Ontwikkelen naar hogere graden

    Indien een 1e, 2e of 3e graad behaald is, heeft de instructeur de gelegenheid om zich in de loop der tijd te ontwikkelen naar een hogere graad:

    De instructeur doet met de tijd steeds meer praktijkervaring op in lesgeven en training en kan via het volgen privé--lessen in de oefeningen behorende bij de hogere graden ontwikkelen.


    Laatst aangepast op zaterdag, 19 juli 2008 17:40
     

    Plaats reactie

     

     

    //-->




    Laatste berichten
    Laatste reacties
    Meest gelezen artikelen

     
     
      Shop   Programma's   Over PaardenBegrijpen   Links  
      Studiepakket Rechtrichten   Premium lidmaatschap   Marijke de Jong   AcademicArtOfRiding.com  
      Kaptoom   Instructeurscursus   De paarden   Rechtrichten.com  
      Teugel   Clinics Bent Branderup   Accommodatie & Route   Kaptoom.nl  
      Bare Back pad       Historie   Marijke de Jong  
      Dvd Bent Branderup           Bent Branderup  
                  Instructeurs AR  
                  Instructeurs Rechtrichten  
     
     

    Contact | Pers | Algemene voorwaarden | Disclaimer | Policy | Realisatie: CyberNed