|
Gemaakt op 2007-04-09 21:57
|
|
.... BEELDHOUWEN
 |
De Academische Rijkunst is net als beeldhouwen: de grove contouren zijn heel snel zichtbaar en dan lijkt het al heel wat. Maar het echte verfijnen, de details aanbrengen, de puntjes op de i zetten, de kleine nuances aanleggen .... daar is een hoop tijd, geduld, gevoel en toewijding voor nodig. |
Er zijn nog meer vergelijkingen:
.... JONGLEREN
|

|
Dressuur is als jongleren met vijf ballen: Bij elke oefening moet je de volgende vijf elementen ''in de lucht'' houden:
- 1. Soepelheid
- 2. Houding (vorm)
- 3. Tempo
- 4. Takt
- 5. Schwung
|
.... POTTENBAKKEN
|

|
Het paard is als klei op een draaitafel: als ruiter moet je het paard in de vorm houden (met zit-, been-, teugelhulpen) en niet knijpen. Anders zit de klei tegen het plafond!
Pottenbakken kan niet met kracht gedaan worden en moet met gevoel
|
.... EEN CAKE BAKKEN
 |
De ruiter is als het ware een cakevorm en het paard moet als een cake deze vorm aannemen. De ruiter kan zo heel ''oorzakelijk'' rijden. De zit van de ruiter veroorzaakt als het ware een vorm en het paard volgt die vorm.
|
 |
Zit de ruiter in travers, dan loopt het paard travers. |
 |
Zit de ruiter in renvers, dan galoppeert het paard in renvers. |
Neemt de ruiter bv. eerst de renverszit aan en dan de traverszit, dan ontstaat daarmee de galopwissel als het paard zich goed laat vormen in de cakevorm.
.... GOLFEN
|

|
Een golfer weet dat zijn golfbal in de hole moet. Bij de hole staat een vlag. Dus de golfer heeft deze vlag voor ogen. Hij maakt een plan om daar te komen, in 3 of 4 slagen slaat hij zijn bal richting de hole en met de laatste slag ligt de bal in de hole.
Als ruiter is het ook handig om een vlag (doel) voor ogen te hebben en daarop uw aantal slagen (stappen in de training) te bepalen.
|
.... VIOOLSPELEN
|

|
Via de snaren en de strijkstok bespeelt de violist zijn instrument. De snaren en strijkstok zijn een middel om de prachtigste muziek te maken. Een ware muzikant heeft liefde voor zijn instrument. Tijdens het spelen heeft hij niet zozeer het gevoel voor de strijkstok en zijn vingers op de snaren (''hulpen'' die hij aan de viool geeft), maar het gevoel voor de muziek die ontstaat.
Ditzelfde geldt voor het paardrijden. De ruiter moet niet zijn zit-, been en teugelhulpen voelen, maar de rijkunst die ontstaat voelen. De ruiter krijgt een beeld en gevoel van het paard via zit, been en teugels.
|
|
|
Laatst aangepast op zaterdag, 16 januari 2010 18:01 |