headershadow

Latest Blogposts

Wat is academische rijkunst?

De academische rijkunst is gebaseerd op het gedachtengoed van de oude grootmeesters zoals

  • Xenophon (430 – 354 BC)
  • Antoine de Pluvinel (1552 – 1620)
  • François Robichon de La Guérinière (1688-1751)
  • Gustav Steinbrecht (1808 – 1885)

Hedentendage heeft de academische rijkunst als doel dit gedachtengoed weer tot leven te brengen.

Begrip van de aard van het paard was het allerbelangrijkste uitgangspunt bij de bovengenoemde grootmeesters. Zij plaatsten allen het fysieke en pshyschische welbevinden van het paard bovenaan de lijst van prioriteiten.

Scholing van het paard

Oorspronkelijk waren er twee discplines van scholing voor paarden:

  • scholing ten behoeve van militaire doeleinden (krijgskunst)
  • scholing ten behoeve van de kunst

In de krijgskunst is het belangrijk dat het paard leert om onder alle omstandigheden kalm te blijven en niet in paniek te raken van vuur, trommels, trompetten, kanonnen, vlaggen en andere dingen die voorkomen op het slagveld. Ook moet een paard dat militair wordt ingezet plots kunnen stoppen, snel kunnen vertrekken, kort kunnen draaien en flitsend op alle hulpen van de ruiter kunnen reageren.

In de scholing in de rij-academies zagen de oude meesters rijden als een vorm van kunst, zoals ballet. Een kunstvorm die paard en man een taak in hun leven gaf, die ze met waardigheid en tot hoge leeftijd konden uitvoeren en daardoor ook kwaliteit gaf aan het leven van man en paard. Bij het scholen in de rij-academie werd bedoeld het uitvoeren tot het hoogst mogelijke niveau van alle oefeningen, zonder daarbij de regels van de natuur te negeren of te overtreden.

Wat het gymnasium was voor de jonge Griek, was de rijbaan voor het paard:

  • Het gymnastium was het instituut waarin de jonge Griek zijn lichaam ontwikkelde tot het hoogst haalbare door dagelijkse oefeningen.
  • In de rijbaan staalt het paard zijn krachten door een systeem van steeds zwaarder wordende oefeningen die zich logischerwijze opvolgen en de spieren in staat stellen om de ruiter krachtig te dragen.

Het gedachtengoed van de oude grootmeesters wordt nog steeds een warm hart toegedragen door de academische ruiters van vandaag en deze ruiters hebben zich als doel gesteld om de historie weer tot leven te brengen.

Eerst denken, dan doen

Academische-RijkunstTheorie is een van de belangrijkste noodzakelijkheden voor het bereiken van perfectie in de academische rijkunst. Het denken moet altijd vooraf gaan aan het doen in de academische rijkunst.

De theorie zorgt ervoor dat de ruiter een grotere kans van slagen heeft in de praktijk.

De oude grootmeesters waren zich al bewust van het enorme belang van een goede theoretische kennis:

Antoine de Pluvinel (1555-1620)

De basis van de opleidingsmethode van Pluvinel is:

  • Zelfstandig denken
  • Voelen
  • Geduld
  • Ervaring
  • Zachtmoedigheid

Met het zelfstandig denken bedoeld hij: ’’Een groot deel van de volkomenheid in een kunstvorm bestaat daarin, te weten met wat men beginnen moet’’. Zonder doel en zonder plan om de gewenste eindresultaten te behalen komt de ruiter er niet. En zonder zelf problemen op te kunnen lossen wordt het ook moeilijk. Het is belangrijk niet van een instructeur afhankelijk te zijn, maar door zelfstandig denken het paard te kunnen opleiden, zo stelt Pluvinel.

François de La Guérinière (1688-1751)

”De opinie van degene die stellen dat het niet nodig is om theorie over de rijkunst te bestuderen, zal ik weerleggen met dat het een van de meest belangrijke noodzakelijkheden is voor het bereiken van perfectie. Zonder de theorie, zal de praktijk altijd onzeker zijn.”

Hij stelt verder dat hij natuurlijk inziet dat de rijkunst een discipline is waar het lichaam een belangrijk onderdeel is en dat de praktijk separaat van de theorie wordt uitgevoerd:

”De praktijk laat ons inzien wat het temperament van het paard is, zijn natuurlijke neigingen en zijn krachten. Maar om excellentie te bereiken in de rijkunst, is het noodzakelijk om voorbereid te zijn op moeilijkheden in de praktijk door een heldere en gedegen theoretische kennis. Theorie leert ons de basis voor ons werk en de principes. En deze principes dienen ons om de natuur te perfectioneren met de hulpen uit de rijkunst.”

Nuno Oliveira (1925-1989)

Nuno Oliveira las alles wat los en vast zat over de rijkunst. Al lezende ontdekte hij de grote samenhang tussen de Europese rijstijlen. Hij verdiepte zich in alle auteuren op het gebied van rijkunst. Geen van de, ook onbekende, Franse auteurs uit 17 en 18 eeuw bleef voor hem verborgen, geen van de werken uit de school van Baucher zijn hem ontgaan.

Hij had een afgronden oordeel over de betekenis van de Duc of Newcastle (1658) en de leidraad van ”Ecole de Cavalerie” van La Guérinière (1733) ontging hem evenmin. Met het ”Gymnasium des pferdes” (1886) betuigde hij een grote verbondenheid. Een leerling van Oliveira zei over Steinbrecht dat zijn werk ”onverteerbaar” was. Oliveira zei: ”Een Steinbrecht is alleen zwaar voor een lichte geest” ……

De opleiding van het paard

Om een paard goed te kunnen opleiden, moet de ruiter verstand hebben van alle gangen van het paard, alle figuren en alle oefeningen:

  • De academische ruiter weet hoe een paard beweegt in alle natuurlijke gangen zoals stap, draf en galop. Hij is zich ook bewust van afwijkende gangen, zoals overkruiste galop en de verkeerde galop.
  • Hij is ook bekend met alle kunstmatige gangen, die zijn afgeleid van de natuurlijke gangen, en die hun namen danken aan de verschillende houdingen die het paard aanneemt. Een ervaren en vaardige ruiter kan het paard deze gangen en oefeningen aanleren.

Onder de kunstmatige gangen onderscheiden we de oefeningen op de aarde en de oefeningen boven de aarde.

 Op de aarde:  Boven de aarde:

Academische-Rijkunst Academische-Rijkunst Academische-Rijkunst

De essentie van academische rijkunst is verzameling en oprichting. Maar een paard kan zich alleen correct verzamelen en oprichten, als het op een correcte manier zijn spieren kan aanspannen.

De scholing van het paard start met het longeren aan de kaptoom. Om tot verzameling in oprichting te komen, wordt het paard allereerst in voorwaarts-neerwaarts gewerkt aan de longe. Daarbij leert het paard ondertreden, zijn rug te welven en zijn lichaam naar beide kanten buigzaam te maken.

Daarna komt de focus ook te liggen op het buigzaam maken van de achterbenen. Hiervoor worden de zijgangen ingezet en de piaffe en pirouette, zowel aan de hand als rijdend. Hierdoor wordt het paard soepel, rechtgericht en leert het beide achterbenen onder het zwaartepunt zetten.

Het paard wordt uiteindelijk eenhandig gereden, waarbij het alle zijgangen en werkpirouettes kan laten zien in alle gangen, alsmede de eerste passen van verzameling.

PaardenBegrijpen

Als het paard de piaffe beheerst is het paard klaar met de basis: het kan zijn lichaam gelijkmatig buigen en zijn beide achterbenen gelijkmatig inbuigen.

De levade representeert de maximale draagkracht van de achterhand en vormt de brug tussen de oefeningen op de grond en boven de grond.

Academische-Rijkunst  Academische-Rijkunst  Academische-Rijkunst

Vanuit deze basis kan de hoge school gaan ontstaan.

Dressuur voor het paard

In de academische rijkunst worden de oefeningen afgestemd op de mogelijkheden en talenten van het paard en gebruikt om het paard te gymnastiseren.

Het paard wordt zodanig getraind dat het paard zowel fysiek als mentaal tot bloei kan komen.

Weldoordachte dressuuroefeningen zorgen er voor dat het paard een lang leven kan hebben en gezond oud kan worden.

Tijdens de rijkunstige opleiding werken ruiter en paard toe naar een niveau dat voor beiden prettig is.

De filosofie van de academische rijkunst is erop gebaseerd dat de dressuur oorspronkelijk is bedacht voor het paard, in plaats van andersom.

“De dressuur is er voor het paard, het paard is er niet voor de dressuur” is een belangrijk uitgangspunt.

Academische rijkunst is daardoor geschikt voor alle paarden, ongeacht ras, leeftijd, geslacht.

Eénhandig rijden

Het éénhandig rijden typeert de academische ruiters.

De oude meesters reden hun hogeschoolpaarden uitsluitend op een stangbit (kandare), met daaraan de twee teugels die ze met de pink verdeelden.

In het voorbereidende werk gebruikten ze de kaptoom.

Uiteindelijk was het paard opgeleid tot die mate van perfectie, waarin het met de stangteugel in de linkerhand in alle oefeningen en onder alle omstandigheden te beheersen was.

Het paard wordt bij éénhandig rijden niet met de mond gestuurd, maar de schouders worden tussen de teugels geleid.

Dit was de reden dat de scharen van de stang soms heel lang waren, niet om het bit scherper te maken, maar om de teugels lager op de schouders te laten vallen.

1 reactie op “Wat is academische rijkunst?


Comment author said

Door felicia op 19 maart 2013 om 20:08

hallo marijke,
ik zou je heel graag willen berijken om vrage te stelle ben met mijn paardje bezig maar in galop valt ze uit elkaar en ik weet niet hoe ik haar traver moet laten lopen kan dat knopje niet vinden haha!

 

Plaats een reactie


*