headershadow

Latest Blogposts

Sport versus klassiek

De academische rijkunst en de wedstrijdsport worden wel eens vergeleken. Soms willen ruiters uit deze disciplines elkaar zelfs overtuigen van hun ‘gelijk’. Maar dit is hetzelfde als dat een IJslanderruiter een westernruiter wil overhalen om de Quarter hetzelfde te trainen als de IJslander.

Beide disciplines zijn niet ‘goed’ of ‘fout’ maar ‘anders’.

Turnen vs ballet

Dr. Filipe Figueiredo Graciosa, directeur en hoofdmeester van de Portugese School voor Rijkunst verwoord het als volgt:

”Op artistiek vlak is het verschil tussen academische rijkunst en wedstrijddressuur vergelijkbaar met ballet en turnen: de twee zijn mooi en goed, ze raken elkaar, maar het is niet hetzelfde”.

Uit: Cap, nummer 31, februari 2006

Sport is iets dat je kunt meten, kunst is iets als je een gevoel ermee zichtbaar kunt maken.

De harmonie, het compleet versmelten met een paard, de perfecte balans die een ruiter heeft in de kapriool, dat laat zich niet goed meten.

Nuno Oliveira zei: ‘Kunst is geen wedstrijd; kunst is liefde’.

Sportpaard vs gebruikspaard

De gymnastiserende oefeningen van de academische rijkunst zorgen voor een goed ”gebrauchspferd” of ”working horse” zoals ze in het Duits en Engels zo mooi kunnen verwoorden. Zo’n paard zit comfortabel en is relaxed en de ruiter kan er onder alle omstandigheden van op aan. Het gebruikspaard heeft innerlijke rust en lichamelijke ontspanning, is gehoorzaam en is net zo goed te rijden in de rijbaan als buiten in het bos of in het verkeer.

Het temperamentvolle en soms heetgebakerde sportpaard kan spectaculair bewegen en heeft de juiste wedstrijdspanning, zowel lichamelijk als geestelijk, en de adequate spierontwikkeling om te kunnen pieken in een proef van zeven minuten.

Doordat het academisch opgeleide paard ontspannen is en comfortabel beweegt, wordt wel eens gesteld dat het er wat ”lauw” en ‘’zonder impuls’’ uitziet. Daar win je de wedstrijd niet mee!

Geleid door ogenschijnlijk eenvoudige rek- en strekoefeningen in een gemoedelijke atmosfeer groeien en ontwikkelen de paarden zich, echter zonder het voorwaarts gerichte tempo wat we zien in de sport. Alles wordt bedaard uitgevoerd. De paarden ontwikkelen zich zonder up-tempo en voorwaartse krachtexplosies tot piaffe, passage, levade en de hoge school.

Vergelijk het met een sprinter of een marathonloper: beide lopen hard, maar hun doel, training, doel en spierontwikkeling is totaal anders.

Daarom moet de ruiter goed zijn doel bepalen en afhankelijk van zijn doel zijn keuze maken in trainingsmethode.

En daarbij andere ruiters met andere keuzes respecteren.

Modern sportpaard vs academisch barokpaard

De verschillen vinden zijn oorsprong in de historie. De komst van vuurwapens en de legers van Napoleon eind 18e eeuw hebben voor een belangrijke verandering in de fokkerij gezorgd.

* Tot die tijd werden verzamelde en wendbare barokke Ibersiche paarden gebruikt voor man-tegen-man gevechten op de plaats.
* Na die tijd vervingen het Arabisch en Engels Volbloed de positie van dit barokke type, waarbij de kracht meer lag in het voorwaartse, destijds belangrijk voor de massale cavelerie-charges rechtuit.

Met het veranderen van het paardentype veranderde in de 19e eeuw ook de rijkunstige methodes. Een ander exterieur en andere bewegingen vereisen andere training. Hadden barokke paarden statige en verheven gangen, het paardentype van de 19e eeuw had meer vlakke en ruimgrijpender gangen.

De moderne sportpaarden hebben de kwaliteit niet meer om al die zware ‘’’gevechts’’oefeningen op de plaats en boven de grond uit te voeren (zoals de levade, courbette, capriool). Deze sportpaarden hebben uitmuntende ruime voorwaartse gangen, uitstekend geschikt voor de wedstrijdsport, maar zijn soms bijna niet uit te zitten. Daardoor zijn deze paarden niet echt comfortabel en als ‘’gebruikspaard’’ in te zetten.

In de rijkunst zien we vanaf de 19e eeuw hierdoor nieuwe inzichten ontstaan, gericht op het trainen van een warmbloedpaard met vlakke, ruimgrijpende gangen.

Korte vs lange termijn

In de (dressuur)sport richt men snel paarden af voor een bepaald doel. Men probeert paarden die voorwaarts-gericht zijn gefokt, met ruimgrijpende gangen, binnen korte tijd tot verzamelde oefeningen te brengen. Hiervoor zijn rijtechnische handigheidjes nodig, precies zoals Baucher (zie tekening) uitvond voor zijn halfbloedpaarden in de vorige eeuw.

De sporttraining is veel meer gericht zijn op het volgende wedstrijdresultaat, terwijl de academische rijkunst jaren uittrekt voor een grondige leer- en trainingstijd.

De academische rijkunst baseert zich op grootmeesters zoals Guérinière en Steinbrecht, die langdurige trainingsmethodes hebben beschreven om tot een breed inzetbaar praktisch rijpaard te komen. (Op de foto Gustav Stensbeck een leerling van Steinbrecht)

Op zijn 12e is een academisch paard pas klaar met de basis. Zijn piek ligt tussen 12 en 18 jaar, zo niet ouder.

Wedstrijdpaarden presteren vanaf hun 4e jaar in de wedstrijdring en lopen op hun zesde soms al lichte tour.

Renpaarden worden zelfs al op hun 2e jaar ingezet.

Sport vs (heil)gymnastiek

Het doel van de wedstrijdsport is een ander doel dan die van dae cademische rijkunst. Daardoor wordt er anders getraind en anders gekeken naar de dressuur.

In de academische rijkunst is de dressuur er specifiek voor het paard, om hem lichamelijk en geestelijk gezond en fit te houden. Via de dressuuroefeningen worden de natuurlijke talenten ontwikkeld ten gunste van het paard. De schouderbinnenwaarts wordt ingezet om het binnenachterbeen te belasten en de travers om het buitenachterbeen te activeren.

In de topsport is het paard er voor de dressuursport. In deze discipline van sport gaat het om presteren, punten scoren op de verschillende dressuuroefeningen in competitie met andere ruiters. De schouderbinnenwaarts wordt vooral geoefend als deze oefening in de M1 gevraagd wordt en pas later wordt de travers opgepakt, omdat deze oefening pas in de M2 aan bod komt.

Talent vs Uitdaging

In de topsport wordt veelal gewerkt met talentvolle paarden. In de academische rijkunst krijgen ook paarden met beperkingen de kans zich te ontwikkelen.

Nuno Oliveira in Lissabon was een geniale klassieke ruiter die het als grootste uitdaging zag om paarden met een bepaalde beperking toch tot de hoogste oefeningen toe te werken.

Egon von Neindorff, ook een geniale klassieke rijmeester, met militaire discipline, had ook geen toppaarden, maar afdankertjes, die volgens klassieke Duitse waarden tot het allerhoogste werden gebracht.

Conclusie

Beide disciplines zijn niet ‘goed’ of ‘fout’ maar ‘anders’.

Het is afhankelijk van jouw eigen doelstelling voor welke discipline je kiest.

‘Op artistiek vlak is het verschil tussen academische rijkunst en wedstrijddressuur vergelijkbaar met ballet en turnen: de twee zijn mooi en goed, ze raken elkaar, maar het is niet hetzelfde’.

Dit filmpje geeft het ook duidelijk weer: